sex ede tiener neukt oma

Wat bezielt je om dat te gaan doen op school? Doe dat lekker ergens anders. Heel raar, maar de helft van de reacties op dit artikel komt niet door onze 'stoute reacties'-filter. We houden het in de gaten, maar soms duurt het dus even voordat 'ie online komt. Seks doe je maar thuis, dan flikker je wat mij betreft maar lekker op van school, kom op zegg.

Kvindt het eingelyk heel normaal hoor: Ejz, Kom nou niet grappig doen. Want volgens mij ben jij 10 keer geswaffeld in de wc. Je kop liegt er in ieder geval niet om. Als ze een koppel dat zien doen hebben ze strafstudie, hoe onnozel is da ni gast! Ik sta zelf ook te tongzoenen midden op het plein.. Ik vind 'n kusje op de wang best, een tongzoen aan het einde van de dag op het schoolplein kan ook nog wel, maar midden op de gang, dat gaat mij een beetje te ver xO.

Verder geen bezwaren tegen o. Ik zou bijna weer terug naar school verlangen. Maar laat die sletjes en gangsta's hun ding doen. Als je dr maar niet tussen komt te zitten. Ok het is niet altijd even fris, maar om hier als een beroepspessimist even alles af te doen als vies en haram, daar ben ik het ook niet helemaal mee eens.

Heey Adriaan, dat is toch niet normaal dat je gepijpt wordt door een lerares? Hoe oud ben jij en hou oud is zij??? P ik vind het egt dooodelijk irritant,, vorig jaar stond ook een stelletje telkens voor mijn kluisje mekaar af te lebberen,, en zijn nu op jarige leeftijd getrouwd en hebben een kind: P eigen schuld A. What the fuuuuuuck Niet te geloven jongens!

Zoenen op het schoolplein of in de kantine vind ik prima zolang ze mij maar niet aanvallen ermee, haha. Maar iemand aftrekken in de klas, dat merken ze toch? En anders laat je toch een cadeautje achter wat ze merken?

Ook met pijpen op de plee, dat hoor je toch? Wahahhahahahahahahah xd jullie zijn fa2 man: P sex op school xd hoe kom je er op gwn ff zoenen kan nog wel maar sex: Je kan wel zeggen; kijk er niet naar, maarja dat doe je toch!

En de conciërce is zelf naar hun toegegaan maar het kan ze niks schelen. In het bijzijn van anderen, dan bedoel ik vooral vrienden, mar ook onbekenden, vind ik het belachelijk. Niet iedereen zit er op te wachten en bovendien voelen veel zich denk ik erg ongemakkelijk.

Wacht lekker tot je thuis bent, dan heb je alle tijd, ruimte en bovenal privacy! Kijk, een simpele kus, van hoi of doei moet kunnen. Dat doe ik ook bij mijn vriendje. Maar alsjeblieft, ga niet overdreven doen in het bijzijn van de hele school! Dat vind ik vooral aandacht trekken. Klopt ook wel op schoolplein de hele dag elkaar zitten aflebberen slaat nergens op. Maaar dat wil niet zeggen dat sex niet lekker is. En get a room is wel makkelijk gezegd als je nergens verstand van hebt, want je zit ook met ouders die thuis zijn dan kan je je chimeid dus ook niet uitnodigen at je crib voor een gangbang.

Jaja niet aan gedacht he! Pff anders had ik nu allang me record verbroken buhaha. Denk eens aan anderen, doe niet zo aso! Waarom zeiken julllie zo erg wtf balt het. Laat iedereen lekker zoenen waar die wil, als ze van elkaar houden klaar toch. Tegenwoordig is het zo van als het meisje de jongen leuk vind, vind je jongen Plotsling het meisje ook leuk. Die vraag hoef ik niet te stellen. Dat merk ik ook bij ons opschool..

Is het nou een pornofilm of gewoon een middelbare school? Het blijft een raadsel. Een kusje in de aula,, ff een knuffeltje is noet erg, maar k weet niet hoor, maar je kunt moeilijk mekaar ff gaan pijpen tijdens de les?! P haha collega sex. Haai, Ik ben Rianne en ik ben het volkomen met jullie eens ik vind ook dat seks niet op school mag. Op mijn vriendinnentje haar school krijgen ze een seksuele voorlichting.

En ze vertelt ook: Met vriendlijke groet Rianne ik zeg mijn achter naam liefer niet ps: Ja kzei da ook da da wel e beetje minder mogt da gelebber op school enzo tot dak m'n eigen lief weer had dan is da rap over zene kbedoel gewoon da je niet zo rechtlijnig mag zien. Jezus christus waar naartoe. Ik durf wedden dat je amper je regels hebt.

Ik doe het gewoon thuis. Op school hoort niet. Iemand toevallig interrese in me? So, you wanna be a model? Wij willen meer lessen!

Waarom niet gewoon op internet? Neushoorns redden in Kenia. Beveiliging mp3 op de schop. Holland's Next Top Model. Studie, maar eerst ontspanning! Met z'n allen naar het buitenland. Je hebt schoenen, en je hebt schoenen…. Van zwembadmarokkaan tot speedostakker?

Retro wordt weer in! Zuip je klem, val in coma? Daar gaan ze weer! Verslag van de groene loper! Amerikaan eet 66 hotdogs in twaalf minuten! Cascada Zangeres Natalie Horler; altijd in voor kattenkwaad! Knut mag niet meer spelen. Krullenbol Jim goes Nederlandstalig. Vakantiemoment van de week. Het wordt je dood! Boeken ruilen op vakantie. Girls love guys who can play guitar Rapper heeft er genoeg van. Is er dan niets meer heilig?

Dames met ballen in de eredivisie. Nieuw op Z pp: What a wonderful world. Verder leren dan je neus lang is. Verplichte voldoendes voor diploma?! Bloopers van Pirates of the Caribbean.

Because I said so. Timboektoe; een steengoede film! Wetenschap saai en serieus? Kusje van een necrofiel. It-ers zijn geen nerds. Bij de Moviesquad jongerenjury Borsato niet verkiesbaar voor TMF-awards.

Acteurs Timboektoe aan het woord. Sarah-Jane naar de VN. Flight of the Bumblebee. SMS van Sarah-Jane 2. Sms van Sarah 3. Maybe she's born with it Jan Wolkers is vrij. Schoonheid redt de rechtsstaat Vissen in de boom. Historisch Huurmoordenaartje spelen met Brainpower en Intwine.

Dromen van een dagje stewardess. Harry Potter en de Relieken van de dood. De wedstrijd die er niet was. Die zien we nooit meer Dommer dan je opa en oma. En de winnende concierge wordt Kleurtjes in 't ziekenhuis. Scholieren op de barricades. Woestaantrekkelijke DJ's gemixt met levensgevaarlijke pirates! Wapens zijn zoooo last year Rayman Raving Rabbids 2. Worden we steeds braver op school?

Muziek maken met BEEB! Griekse mythologie, winterdepressies en meligheid. Jammen en headbangen bij kick-off BEEB. Een ongelukkige kerst gewenst! Een witte kerst en een knallend nieuwjaar! Friends Monica nu in Dirt. Alicia zoals ze is. Stakende scholieren achter tralies.

Een jas van berenbont. Wakker worden met VJ Saar. Skinny jeans, maar niet meer. JUNO - zwangerschap met humor. Zo Carnavalsk is Maastricht? Mirte hockeyt in jong oranje. Liefde gaat door de maag. Geef me 'n roosje, mijn roosje! Griekse goden bestaan nog steeds! Ik hield van hem Spaar geen Smurfen, spaar Monopoly!

Wie mooi wil zijn Spears op haar 36e: Idols uit de oude doos. Docent van het Jaar Naakt door de Leeuw. Bin Laden moet origineler. Ogen open in het Stedelijk. Tom Jetsen aan de tofu?! Van Crocs tot Cruggs. Hoe het zou moeten aflopen Docenten demonstreren, leerlingen vrij!?

Beautiful Katamari - Xbox De Lama's houden op met spugen. Bruggetjes van Patrick Laureij. Dag om te leren. Basischoolkinderen met een Burn-out?

And the winner is Docent van het jaar: Bastaardsuiker - Arjen Lubach. Ga jij met Barbara naar Oeganda? Wie lang ben jij? Slimmer worden met Ubisoft: Krezip plugt het in! Beter een Enge Buur dan een verre vriend. Word directeur van Burgers' Zoo. Van school gestuurd na 1-aprilgrap. Van papyrusrol tot boek. Beetje koud, maar wel lekker. Ik lijk wel Donald Duck! Nee hoor, wij vragen alleen goede whiskey! Rekenen door te tekenen. Tom laat weer van zich horen: Er wordt zo weinig geklaagd Madonna probeert jong te blijven.

In al zijn films schroeft Clark het contrast tussen zijn acteurs en wat ze meemaken op, om nog meer van hen te kunnen genieten.

Op een mestvaalt is een bloem nog mooier. In Another Day in Paradise bouwde Clark een hele wereld bevolkt met dieven en junks, bezig met drugs en geweld, besmeurd met bloed en gekrenkt door pijn.

En de regisseur laat dat alles alleen maar opdraven om een jong gezicht in de zon te zetten, op een maïsveld, in warm geel licht, een gezicht waar al die ellende nog geen vat op heeft gekregen. Misschien voelt Clark ook wel dat de tieners het verderf al in zich dragen. Kinderen zijn geen lieverdjes. Zelfs over kleuters wordt wel gezegd dat ze elkaar op het schoolplein al de meest vreselijke dingen aandoen.

Mensen die dat zeggen, trekken er vaak een triomfantelijk gezicht bij. Clark is eerder verbaasd. Hoe kunnen zulke mooie wezens zulke lelijke dingen doen? In Bully wordt deze verbazing op de spits gedreven. In deze film wordt Bobby Kent door zijn beste vriend Marty Puccio, diens vriendin Lisa Connelly en nog een paar vrienden van haar vermoord.

Twee van de moordenaars kende het slachtoffer niet eens. De tieners hadden het besloten en ze hadden het gedaan, zomaar, zelfs zonder zich veel zorgen te maken over de afloop. Ze werden al na een paar dagen opgepakt. De furore die deze zaak in Amerika maakte, werd vooral veroorzaakt door het feit dat de daders en het slachtoffer witte, rijke kinderen waren, afkomstig uit de buitenwijken van Fort Lauderdale, en Palm Bay in Florida, die piano- en dansles hadden gehad.

Ze zijn terechtgekomen in een verloederde subcultuur die ertoe leidt dat ze hun leven in een leegte doorbrengen die alleen gevuld kan worden met drank, drugs, seks, en de eindeloze, doelloze analyse van hun eigen pathetische leegte'', schreef de Amerikaanse filmcriticus Roger Ebert.

Bully is gebaseerd op het boek Bully. A true story of high school revenge van Jim Schutze en volgt dit boek getrouw. In het begin zien we bijvoorbeeld de wand met mooie mannen die Lisa Connelly boven haar bed heeft hangen bijna letterlijk gekopieerd.

Toch wijkt de film op twee belangrijke punten af van de werkelijkheid zoals die in het boek beschreven wordt. Clark vertelde in Venetië zelf dat de ouders van Bobby Kent immigranten uit Iran waren. De reden om dit uit de film weg te laten meldt hij even achteloos. Als het waar is. Na Venetië lees ik het boek van Schutze en daarin is over racistische motieven niets te vinden. Er staat wel dat Bobby Kents vader zijn naam van Khayam in Kent veranderde, maar verder speelt zijn afkomst in het boek geen enkele rol.

Wel vermeldt Schutze dat Lisa Connelly, over wier slanke lijf en spitse borstjes Clark de camera vaak laat glijden, in werkelijkheid heel dik was. Bobby Kent was onder meer zo'n verschrikkelijke bully omdat hij bepaalde dat Puccio alleen met dikke meisjes mocht vrijen. Het was deel van de routine om seks met ze te hebben en ze dan belachelijk te maken omdat ze dik waren'', schrijft Schutze.

Waarom zou Clark deze uiterlijke omstandigheden hebben veranderd, zodat zijn film nu bijna uitsluitend bevolkt wordt door mooie, jonge, witte mensen? Ook een paar andere leden van het groepje worden gespeeld door acteurs die mooier zijn dan de moordenaars, volgens hun portretjes in het boek, werkelijk waren.

De veranderingen dragen niet bij tot een beter begrip van de zaak. Waarschijnlijk kon dat Clark niets schelen. Hij wou het liever zo onbegrijpelijk mogelijk houden. Het is een feit dat acteurs meestal mooier zijn dan de mensen die ze spelen en de camera mensen ook nog eens mooier maakt. Zelfs de vrouw in Ettore Scola's Passione d'amore , van wier lelijkheid het hele verhaal afhing, was niet eens zo lelijk.

Ik kijk nog eens naar Bully. Op het tweede gezicht valt het wel mee met de schoonheid van de acteurs. Misschien heb ik de eerste keer slecht gekeken. Clark heeft me verblind. Hij kreeg in Bully iets uitzonderlijks voor elkaar.

Alle jeugd maakte hij mooi. Vooral de jonge jongens die hij kiest, en die hij zo goed laat spelen, zijn eigenlijk alleen maar mooi omdat ze jong zijn. Soms zie je hun oudere gezichten al onder de sluier zitten.

Clark verbindt het goede niet met het schone, maar louter met het jonge. Om dat verband daarna meteen weer te verscheuren. In het werk van Clark bleven die tot nu toe buiten beeld. Ouders en kinderen leven volledig langs elkaar heen. In Ken Park, dat Clark samen met cameraman Ed Lachman regisseerde, draait het wel om ouders en kinderen.

De film speelt zich af in Californië, in een aanmerkelijk minder rijk milieu dan het Florida van Bully. In de eerste scène van de film schiet een jongen zich een kogel door de kop. Zijn vriendin is zwanger.

Hij wil geen vader worden. Vervolgens komen er een paar vaders, zonen, moeders en dochters in beeld en het is klip en klaar dat de jongen een goede keuze heeft gemaakt. Clark laat de relaties tussen de ouders en de kinderen bijna uitsluitend lichamelijk zijn.

Een jongen doet het met de moeder van zijn vriendinnetje. Een dronken vader kruipt bij zijn zoon in bed. Het morele vacuüm waar de jeugd in Bully al in verkeerde, bevat in Ken Park ook de ouders. Het is allemaal vies, smoezelig, walgelijk wat er gebeurt, en Clark zwelgt erin.

Misschien voelde hij zich nog vrijer dan anders omdat Ken Park niet in Amerika maar in Europa werd gefinancierd. Tegelijkertijd brengt Clark alle ellende teder in beeld, met oog voor detail die deze white trash zelden vergund is.

De vader speelt met het dons op de benen van zijn zoon, draait er krulletjes in. Een nog vrij jonge moeder heeft haar borsten laten vergroten. Haar man wordt kaal. Hij kijkt alsof hij zich daar permanent voor verontschuldigt. Zijn vrouw vraagt het vriendje van haar dochter wie er beter is in bed. Een van de laatste scènes van Ken Park is een wonder. Clark moet al zijn eerdere werk nodig hebben gehad om hier terecht te komen. Seks was tot aan deze scène in de films van Clark meestal onderdeel van zijn nare verhalen.

Neuken was vaak verkrachten, plezier beleefde bijna niemand eraan. Hier is dat niet meer zo. Peaches, Claude en Shaw zijn jong, ze neuken en ze genieten. Zelden heb ik seks zo schoon in beeld gebracht gezien. Likken, strelen, zuigen, klaarkomen, opeens is het een troostend tijdverdrijf. In het paradijs moet het zo geweest zijn.

Er is niets ranzigs meer aan, niets triests. Alsof het lachende baby's zijn. Ook het kijken ernaar is onbezorgd. De begeerte is uitgeschakeld.

.

Lul van 30 cm grote open kut

Wapens zijn zoooo last year Rayman Raving Rabbids 2. Worden we steeds braver op school? Muziek maken met BEEB! Griekse mythologie, winterdepressies en meligheid. Jammen en headbangen bij kick-off BEEB. Een ongelukkige kerst gewenst! Een witte kerst en een knallend nieuwjaar! Friends Monica nu in Dirt. Alicia zoals ze is. Stakende scholieren achter tralies. Een jas van berenbont. Wakker worden met VJ Saar. Skinny jeans, maar niet meer. JUNO - zwangerschap met humor. Zo Carnavalsk is Maastricht?

Mirte hockeyt in jong oranje. Liefde gaat door de maag. Geef me 'n roosje, mijn roosje! Griekse goden bestaan nog steeds! Ik hield van hem Spaar geen Smurfen, spaar Monopoly! Wie mooi wil zijn Spears op haar 36e: Idols uit de oude doos. Docent van het Jaar Naakt door de Leeuw.

Bin Laden moet origineler. Ogen open in het Stedelijk. Tom Jetsen aan de tofu?! Van Crocs tot Cruggs. Hoe het zou moeten aflopen Docenten demonstreren, leerlingen vrij!? Beautiful Katamari - Xbox De Lama's houden op met spugen. Bruggetjes van Patrick Laureij. Dag om te leren. Basischoolkinderen met een Burn-out? And the winner is Docent van het jaar: Bastaardsuiker - Arjen Lubach.

Ga jij met Barbara naar Oeganda? Wie lang ben jij? Slimmer worden met Ubisoft: Krezip plugt het in! Beter een Enge Buur dan een verre vriend. Word directeur van Burgers' Zoo. Van school gestuurd na 1-aprilgrap. Van papyrusrol tot boek. Beetje koud, maar wel lekker. Ik lijk wel Donald Duck! Nee hoor, wij vragen alleen goede whiskey! Rekenen door te tekenen. Tom laat weer van zich horen: Er wordt zo weinig geklaagd Madonna probeert jong te blijven.

Toppers top of flop? Al winkelend rijk worden. Briefjes op de keukentafel. Antwoord op al uw vragen. Pesten is een spelletje. Cola in je satelliet. Op de set van "Radeloos". Dat onderwijs van tegenwoordig. Moke en meer in het Vondelpark. Wat is de grens? De hele wereld op Mundial. Hoe overleef ik-de film. Met BNN de zomer door.

Spanje voor de win Vier landen, vier talen, 1 jaar. Een verhaal van lang geleden, toen er nog ridders waren. De huid van Fort Asperen. Man zijn is nu eenmaal ideaal. Pak uit die tas Luie mensen, die Spanjaarden.

Kom met jouw geschiedenisleraar op tv! Lowlands op z'n klassiekst. Ach, we doen het gewoon nog een keer. Het laatste beetje Cuba. Op de de set bij SpangaS! De nieuwe presentator van Puberruil XL: Examen voor de brommer. Op de set bij SpangaS: Het Schnitzelparadijs - de serie. Was ik vroeger ook zo? Spanje en 't ziekenhuis? Mijn appels en ik. Strengere eisen voor het examen. Lekker dan, als iedereen zo beroemd denkt te worden Ik moet me goed scheren voor we een scene schieten!

Concierge van het jaar! Van Gogh verlicht de pijn. Burenruzie of gezellig bbqen in The Sims 2 Appartementsleven. Te moe, te lui of gelukkig. Talk like a pirate, arrh! For the love of God. Thuis of in de kluis De apen van De Jeugd van Tegenwoordig.

De laatste tien uur. Welcome to the land of security? De stom-aan-jongens Top Iemand trek in technicolor-spaghetti? Plakken als een gekko. Trick Or Treat in New York. Laatkomers naar Bureau Halt. De ene vodou is de andere voodoo niet. So you think you can dance? Kamelenmelk is goed voor elk. Mijn fiets en ik. Coffeeshops weg van scholen? Vitamines op je Amerikaanse burger. De trein, de reizigers en ik. Geen baan, veel banen. Vijf mannen in Romeo over Julia. Cause all you people are vampires Wordt frituurvet het nieuwe botox?

Jaar lang gratis kaas Slecht schoolgedrag, slecht levensgedrag. The Curious Case of Benjamin Button. Write Now verlengd tot 15 februari! Klieder je eigen Jackson Pollock. Stem op je favoriete boek! Valentijn een dag van de liefde, of toch? Lachen om een boek. Een kijkje in de keuken bij Toneelgroep Amsterdam. The Seven of Daran.

Balls of Steel in Nederland! What do you wish to happen, by the end of today? Pas op, een bok. De jeugd van tegenwoordig Confessions of a Shopaholic. Op school in Duitsland staat alles stil. Legitimeren tot 20, werkt dat? Als je je toets toch al verpest, doe 't dan goed. Het drama in Duitsland: Warcraft is hypermodern schaken. Roos Werkeloos is pro-leerplicht. Chatten met een HPV-deskundige. Vragen en antwoorden van de HPV-vaccin deskundige.

Arrestatie vanwege je Hyves-foto. Lerares doet het met.. De biggetjes van K. Een week zonder vloek. Win PS3 game Pure. Tom Jetsen moet aan de seks. Zomervakantie verkorten, goed idee of? Brave scholier, waar zijt gij? Mijn vader is een detective. Brief aan mijn oude school. Facebook vrienden zijn echte vrienden.

Lijk op het toilet op school? De Maatschappelijke Stage komt eraan! LAKS-voorzitter 17 klinkt niet als een scholier. Hoe, wat en waar? Het raam uit met die tv. Geld voor goede cijfers. De Grote Zoektocht naar Ben Affleck en Matt Damon. Maria Mosterd klaagt ouwe school aan. Hei in de fik. Bikkelen op een Franse school. Duits in je vakkenpakket? De kop is eraf!

De Noordse oorlog en de raarste klachten. Examen in een jeugdinrichting. Spieken met Amerikaanse cheat-tips. Vraag het aan Rob: Ik ben al klaar met mijn examens! De nieuwe Green Day. Dat verdient een bloemetje. Op bezoek bij de LAKS-klachtenlijn.

Niks is leuker dan een excursie. Welke landen horen bij de EU? We zijn gek op elkaar, hebben bijna nooit ruzies, we genieten allebei van ons vrijpartijtjes. Dat zit allemaal wel goed. Maar zij wil zo vaak geen sex. Ik vind t wel eerlijk als zij zegt dat ze geen zin heeft of dat ze te moe is of iets dergelijks.

Ik accepteer dat gewoon, ik hou van haar. Ik heb veel waardering en respect voor haar en zij voelt precies hetzelfde voor mij. Maar doordat ze zo vaak geen zin heeft kost het mij zo veel moeite om intieme momenten te creeren. Niet dat ik er van wegloop voor of zo, maar ik zoek t ook niet op.

Ik wil haar niet lastig vallen… Als ik zin heb in sex dan moet ik mezelf echt pushen om aanstalten te maken want ik bang ben dat ze geen zin heeft. Zij vindt het trouwens ook wel erg als ze zich te moe voelt voor sex. Ik probeer alle verleidingen te weerstaan, Maar hoe dan ook er duikt steeds een gek gevoel bij mij. Alsof ik wel goed doe en goed ben voor mijn vrouw en 1á2 x per maand is voor haar wel genoeg.

Misschien valt er niks aan te doen. Maar goed ik wilde mijn gevoel toch fftjes kwijt. Ik ben een jongen en zit omringt door mensen waarmee ik niet over dit soort dingen kan praten. Ik heb bij mijn partnerkeuze daar ook bewust rekening mee gehouden waardoor ik tegelijk wist dat ik voldoende voor de betreffende man voelde en dan wil ik als vrouw juist graag seks.

Inderdaad is het een huwelijkse plicht om ervoor te zorgen dat je man niet zijn toevlucht gaat zoeken bij andere vrouwen of digitaal en daar mag je elkaar ook op wijzen, want het is diep triest als de ander als gevolg daarvan ongewild sekssites bezoekt of vreemdgaat, en de gevolgen van vreemdgaan kunnen bovendien ernstig zijn waarbij vaak de man alle schuld krijgt en de vrouw als het zielige slachtoffer wordt omringt terwijl niemand zich realiseert dat zij het zelf heeft gerealiseerd dat haar man deze misstap doet.

Ik wil je antwoord graag nuanceren: Er kunnen echter ook vele andere redenen zijn. Het is dan ook belangrijk om te onderzoeken wát de achterliggende reden is. Hallo, Ik vrouw van 41 met mannelijke partner van 35 heb 2 x per maand als ik veel geluk heb sex. De sex is prima niets om over te klagen voorspel noem maar op. Ok wel altijd in de slaapkamer maar daar kan ik mee leven. Na een relatie van 17 jaar waarin ik elke dag sex had naar dit is het wel erg moeilijk.

Heb meerdere malen gevraagd waarom of hoezo maar geen reden wat ik ervoor terug krijg. Vind het wel moeilijk omdat ik erg aan mezelf twijffel hierdoor ben ik je oud, te dik of gewoon niet meer aantrekkelijk genoeg. Er gaat zo veel door je hoofd. Had gedacht jongere partner meer plezier…. In elke relatie verschilt per definitie de behoefte aan seks. Daar zijn zelfs termen voor: Als het verschil in behoefte voor een van beide partners te groot is, is dat jullie gezamenlijke probleem.

Als jullie daar samen niet goed over kunnen praten, adviseer ik jullie een relatietherapeut, die ook met seksuele problemen kan werken. Betrek het niet meteen op jezelf en veroordeel ook je partner niet! Kritiek en vrijen gaan moeilijk samen! Hoi, Wij doen het 1 keer per maand, dat accepteer ik, ik heb begrip en geduld. Je klinkt erg boos. En zoals jij het beschrijft, begrijp ik dat ook. Misschien kun je je partner eens vragen hoe dat voor haar werkt? Wat ze nodig zou hebben om er wel vaker aan toe te komen?

Voor vrouwen spelen meestal heel andere voorwaarden een rol dan voor mannen. Het is goed om dat van elkaar te weten. Mijn vriendin 25 en ik 27 zijn al geruime tijd samen. Ik ben nog altijd even verliefd op haar als in het begin van onze relatie. We merken echter beide dat de frequentie van seks begint af te nemen en vooral ik maak me daar zorgen om.

Na een lange dag komen we vaak niet verder dan het voorspel, omdat minstens één van ons beiden te moe is voor de daadwerkelijke daad. Ik snap natuurlijk dat na verloop van tijd het libido lager kan worden en ik heb alle begrip en respect voor mijn kanjer, maar toch zou ik het fijn vinden om weer terug te gaan naar 4 keer seks per dag in plaats van de luttele 3 keer die we het nu doen. Hoe kan ik dit voor elkaar gezongen krijgen zonder mijn partner te kwetsen?

Ik wil haar natuurlijk trouw blijven en het niet bij een ander zoeken, maar dit is voor mij echt niet genoeg. Uit de website die je toevoegde en die ik heb weggehaald, maak ik op dat je veel porno kijkt en dat je vraag misschien helemaal niet als vraag, maar als sluikreclame bedoeld is. Uiteraard is dat hier ongepast.

Als jouw vraag toch serieus bedoeld is, zou ik je aanraden drastisch minder porno te gaan kijken en je te realiseren dat porno jou een verkeerd beeld van de realiteit geeft. In porno zijn vrouwen altijd gewillig en beschikbaar en vinden ze alles leuk. Porno geeft geen beeld van de realiteit maar beeldt in feite allerlei fantasieën uit. Als fantasie is daar niets mis mee. Maar het risico van porno kijken kan zijn dat je je heel verkeerde beelden over vrouwen en over wat jij zelf zou moeten kunnen en willen, in je hoofd haalt.

Als je merkt dat dit bij jou het geval is, zou ik je aanraden te stoppen met porno kijken. En als dat niet lukt, zou het goed zijn om naar een therapeut te gaan die gespecialiseerd is in seks- en pornoverslaving. Ik kan zeggen dat ik gelukkig ben met ons sexleven: Nu ruim 2 jaar gelukkig getrouwd met een Afrikaanse man en een prachtig zoontje van ruim 1. Om de dag sex is heel normaal voor ons. Soms lange periode elke dag zelfs: Ik zou zeggen, ga ervoor!

Blijf open naar elkaar en communiceer hierover. Het is niks om voor te schamen. Een wereld zal open gaan voor je;. Het is het zo waard! Ik ben een man van Al 17 jaar samen met mijn vrouw.

In het begin van onze relatie hadden we om de dag wel sex. Sinds de kinderen is dit max 1x per maand. Altijd is er wel een reden. Moe, niet lekker, drukke dag of menstruatie. Uiteraard heb ik altijd begrip voor de redenen. Zeker voor een paar.

Maar het knaagt aan mij. Als ik erover begin dan denk ik volgens haar maar aan 1 ding, sex. Dan houdt het gesprek erover ook altijd op.

Uiteraard ga ik onbewust en ook bewust minder mijn best doen. Het komt er toch niet van. Als ik iets romantisch doe is de afsluiter ook zelden tot nooit sex. Ik hou heel veel van haar en zij van mij. Enkel op sexueel vlak vinden we elkaar niet.

Soms hebben we zelfs ruzie dat ik niet vaak meer iets onderneem. Ik begin dan niet over sex want dan ben ik de sexmaniac. En ja ik zoek mijn trekken op andere plaatsen. Dat gaat me wat ver. En zij weet dat wel. Houdt er niet van dat ik dat doe, maar wat dan? Ruim een maand niks doen daar beneden?

Is voor mij te lang. Vreemdgaan gaat hem niet worden. Daar hou ik nog teveel voor van haar. Maar het knaagt wel aan mij. Want als ik zo eens andere lees ben ik niet de enige. Maar zou het toch wel wat vaker mogen. Ik begrijp dat je het hier moeilijk mee hebt. En dat je porno gebruikt om met jezelf te vrijen. Heb je die porno daarvoor echt nodig?

Dat je echt op je tekort zit en daar vervelend van wordt? Net zo goed als er ook altijd één partner is die meer wil praten dan de nadere, die meer behoefte heeft aan geestelijke intimiteit.

Het is belangrijk om daar op beide gebieden samen een weg in te vinden. Heb je verder wel eens aan je vrouw gevraagd wat zij nodig zou hebben om wel vaker met je te willen vrijen?

Als zij dat weet, zouden jullie daar aan kunnen werken. De redenen zouden heel verschillend kunnen zijn: Er kan van alles aan de hand zijn. Hier samen serieus over praten is heel belangrijk. Moet ik mij zorgen maken? Ik ben 20 en mijn vriend 24 en zijn nu bijna 4 jaar samen. Laatst ben ik huilend het bed ingedoken, ik had mn sexy setje aan, hoge hakjes houd hij normaal wel van en ik liep naar beneden om hem te halen.

Als praten niet helpt. Als verleiden niet helpt.. Ik kan er echt niet meer tegen! Ik zou je eerst adviseren om een rustig moment uit te kiezen om hier over te praten.

Dus niet als je zin hebt en hij niet wil. Dan is het gesprek bij voorbaat beladen. Dus kies een ander moment en zeg tegen hem, dat je je zorgen maakt. Dat je het echt een probleem vindt worden. Dat je het er samen over wil hebben en geen genoegen neemt met een antwoord als: Als hij namelijk echt zo vaak te moe is, dan is het tijd om naar de dokter te gaan en te onderzoeken waar dat door komt.

Jullie zijn te jong om nu altijd al moe te zijn. Zoals beschreven in een ander blog: Zorg dat jullie dat samen uitzoeken. Maar ik zou het er zeker niet bij laten zitten. Mijn vrouw en ik zijn allebei 30 en al 7 jaar samen.

Het probleem dat Lisa schets speelt ook bij ons. Mijn vrouw klaagt al een jaar dat ze niet vaak seks wil hebben.

Ik wil het liefst elke dag, maar jammer genoeg is dit niet het geval. Waarom kláágt je vrouw daarover? Vindt ze het misschien vervelend dat jij vaker wil dan zij en dat ze je dan teleur moet stellen? Dat komt in de beste relaties voor. Dus daar moet ieder stel mee om leren gaan.

Door er met elkaar over te praten en een oplossing te vinden die bij jullie past. Ik denk dat veel mannen niet genoeg moeite doen voor hun vrouw. Een vrouw heeft niet meteen zin en moet eerst opgewarmd worden. Als mijn man er alleen ff overheen zou gaan nou dan zou ik er ook niks aan vinden. We hebben meestal 1 of 2x per week sex en ik vind dat prima. Ik ben bijna 30 jaar samen geweest met 1 partner.

Hield van haar heb een gezin gehad met haar. We werkten beiden part-time. Ideaal zou je zeggen. In die opzichten wel. Ik bleef behoefte houden aan behalve mentaal ook fysiek contact. Na ieder kind werd haar behoefte iets minder. Toen het gezin compleet was, hoefde het niet meer. Als man ga je hieraan kapot. Praten en noem het maar op. De relatie liep stuk.

Een scheiding als gevolg. Ik heb inmiddels een nieuwe relatie ben hertrouwd. Ondanks onze beider leeftijd ruim in de 50, gedragen wij ons als een stel pubers. Meerdere keren sex per week tot meerdere keren per dag, afhankelijk van de situatie. De klik Is enorm. Ik ben echt gevoelsmens en ook. Of het komt dat zij buitenlandse Is weet ik niet, maar zo puur als dit heb ik niet eerder ervaren. Te jong te volwassen moeten zijn. Onze treintjes hebben wat stations overgeslagen.

Wellicht dat dit verkoelt in de loop der jaren, maar voorlopig genieten we er beiden met volle teugen van. Hoe groter de verschillen, hoe groter soms de aantrekkingskracht… en hoe groter soms ook de ergernissen. Fijn dat jullie er beiden van genieten. En hopelijk kunnen jullie er ook mee om gaan, mocht de behoefte bij een van beiden langzamerhand wat afnemen…. We wonen niet samen en zien elkaar om de 2 weken een heel weekend en regelmatig een dag per week.

Ik krijg na 3 jaar steeds meer het gevoel dat het alleen om de seks draait. Ik vind vrijen met hem heerlijk, maar na een keer of 3 op een dag wil ik ook weleens tegen hem aanliggen of in slaap vallen zonder dat er gesekst moet worden. Het moet ook altijd vrij uitgebreid, ik denk dan we hebben het al twee keer uitgebreid gedaan vandaag, kunnen we er geen vluggertje van maken. Ik raak dan ook geïrriteerd tijdens de seks.

Ook vind ik dat de seks steeds ruwer wordt. Ik weet dat hij porno kijkt en dat vind ik totaal geen bezwaar, maar wel als alles uitgeprobeerd moet worden wat hij weer eens gezien hebt. Bepaalde handelingen ervaar ik echt als onprettig. Ik hou echt van spel en variatie, maar ik vind het vervelend dat ik helemaal beurs ben na een weekend samen met hem.

Ik praat met hem erover en dan zegt hij als je geen zin hebt geeft dat gewoon aan, maar als ik dat doe en dan hebben we al een paar keer gevreeën op een dag dan wordt hij kribbig.

Het lijkt me prima als jij je grens aangeeft. Want anders krijg je inderdaad genoeg van hem. Dus je moet het wel kunnen verdragen dat hij daar dan even van baalt. Als hij de rest van het weekend kribbig blíjft, hebben jullie een groter probleem. Dan wordt het tijd om hem te vragen wat de relatie en de seksualiteit daarbinnen voor hem betekent. Dat zijn overigen sowieso goede vragen om elkaar af en toe te stellen.

Seks heeft ook voor mannen vaak meestal een emotionele betekenis. Dat kan van alles zijn. Vraag hem ernaar op een rustig moment. Overigens heeft in geen enkele relatie iedere partner evenveel zin, behalve in de periode van verliefdheid. Dus je zult altijd samen tot een compromis moeten komen. Sinds 2 jaar hebben we een relatie. In het eerste jaar was op sexueel gebied alles prima. Er waren geen taboes. Op een gegeven moment is er een kentering gekomen waardoor de frequentie sterk afnam.

Van ongeveer keer per week naar weken lang niets. Een aantal dingen is mijn vriendin ook mee gestopt. Als dit al gebeurt want het is soms weken niets. Ik heb geprobeerd dit bespreekbaar te maken maar als respons krijg ik, sex is niet belangrijk voor mij in een relatie en vind het ook niet leuk. Terwijl ik wel anders gezien heb hoe zij genoot een aantal maal. En verder is het onbespreekbaar.

Voor mij is het zo onbevredigend dat ik overweeg naar betaalde sex te gaan. Ik heb er behoefte aan. Ik ben er door gefrustreerd en dit vertaald zich in een slechtere relatie. Jouw probleem hoor ik vaker: En daar niet over willen praten. Met name dat laatste is lastig. Want dan valt er niets op te lossen. Ik vrees dat betaalde seks alleen je puur fysieke behoeften bevredigt… Misschien is dat uiteindelijk een oplossing, maar dan alleen als jullie samen uitgezocht hebben wat er aan de hand is, waarom je vriendin veranderd is in haar behoeften, wat dat zegt over jullie relatie, en als jullie gezamenlijk besloten hebben dat dit voor jullie de beste oplossing is.

Maar ik vrees dat het bij jou vooral boosheid en teleurstelling op gaat leveren. Kunnen jullie wél praten over àndere zaken? Of lukt dat ook niet? Je schrijft dat jullie het prima hadden op seksueel gebied. Maar vond zij dat ook? Hebben jullie het dáár samen over gehad?

Vraag haar eens waarom ze er niet over wil praten? Ligt dat aan de manier waaróp jullie praten? Zijn het boze gesprekken? Jouw vriendin en jij hebben allebei recht op jullie behoeften, maar je hebt niet bij voorbaat récht op de vervulling daarvan. In een relatie is het belangrijk dat je ieders behoeften erkent en legitimeert, hoe lastig ook. Vervolgens is het wel van belang — en ieders verantwoordelijkheid — dat je sámen kijkt naar hoe je dan met dat verschil in behoefte omgaat.

Hoe je samen een oplossing of een vorm vindt, waar beiden zich gelukkig bij voelen. En als dat samen niet lukt, dan lijkt het me heel hard nodig om een relatietherapeut in te schakelen, die ook wat afweet van seksualiteit. Of een seksuoloog, die ook veel afweet van relaties. Ik ben een vrouw van 52 jaar oud en weduwe. Met mijn partner die is overleden had ik een aantal keren per week sex, en over het algemeen genoot ik daar van en en zo nu en dan had ik sex omdat mijn partner graag wilde terwijl het van mijn kant niet perse hoefde.

Nu heb ik een vriend sinds 2 jaar en we zien elkaar elk weekend. Op een gegeven moment zullen we gaan samenwonen. Vanaf het moment dat we elkaar leerde kennen was het meteen raak, geestelijk en fysiek. We houden enorm veel van elkaar en hebben meerdere maken sex met elkaar tijdens een weekend. Ik geniet nu nog meer van sex, waarschijnlijk omdat ik ouder ben, een verlieservaring heb, heel veel van hem houd wederzijds etc. Ik zorg goed voor mijn lichaam, durf mezelf te zijn en durf nieuwe dingen op sexueel gebied.

We nemen ook echt de tijd voor sex. We gaan liever eerder naar boven dan voor de tv hangen bijv. Leeftijd maakt echt niets uit. Nogmaals, ik geniet nu zoveel meer van sex. Ik en mijn partner hebben samen 2 kinderen. Hij werkt, ik werk thuis. Ik ben elke dag moe, aangezien mijn jongste nog keer per nacht wakker is. We vrijen gemiddeld zon keer per maand. Niet slecht dus, Maar, hij vind dat ik vaker zou moeten aangezien hij elke dag wil.

Het gaat nu zo ver dat elke aanraking die hij bij me doet, hij meteen laat merken dat hij met me wil vrijen. Elke glimlach die ik hem geef, elke aanraking die ik doe, die ik doe om bij hem te zijn, betekend vrijen. Onze dochter is deze week ziek, hij week en onze zoon begint ook dus ik ben ongeveer een uitgeknepen natte dweil en ik heb geen zin in seks! Het is voor mij onwijs vervelend dat hij constant een ingang bij me zoekt.

sex ede tiener neukt oma

Wat bezielt je om dat te gaan doen op school? Doe dat lekker ergens anders. Heel raar, maar de helft van de reacties op dit artikel komt niet door onze 'stoute reacties'-filter. We houden het in de gaten, maar soms duurt het dus even voordat 'ie online komt.

Seks doe je maar thuis, dan flikker je wat mij betreft maar lekker op van school, kom op zegg. Kvindt het eingelyk heel normaal hoor: Ejz, Kom nou niet grappig doen. Want volgens mij ben jij 10 keer geswaffeld in de wc. Je kop liegt er in ieder geval niet om. Als ze een koppel dat zien doen hebben ze strafstudie, hoe onnozel is da ni gast!

Ik sta zelf ook te tongzoenen midden op het plein.. Ik vind 'n kusje op de wang best, een tongzoen aan het einde van de dag op het schoolplein kan ook nog wel, maar midden op de gang, dat gaat mij een beetje te ver xO. Verder geen bezwaren tegen o. Ik zou bijna weer terug naar school verlangen. Maar laat die sletjes en gangsta's hun ding doen.

Als je dr maar niet tussen komt te zitten. Ok het is niet altijd even fris, maar om hier als een beroepspessimist even alles af te doen als vies en haram, daar ben ik het ook niet helemaal mee eens. Heey Adriaan, dat is toch niet normaal dat je gepijpt wordt door een lerares? Hoe oud ben jij en hou oud is zij??? P ik vind het egt dooodelijk irritant,, vorig jaar stond ook een stelletje telkens voor mijn kluisje mekaar af te lebberen,, en zijn nu op jarige leeftijd getrouwd en hebben een kind: P eigen schuld A.

What the fuuuuuuck Niet te geloven jongens! Zoenen op het schoolplein of in de kantine vind ik prima zolang ze mij maar niet aanvallen ermee, haha. Maar iemand aftrekken in de klas, dat merken ze toch? En anders laat je toch een cadeautje achter wat ze merken? Ook met pijpen op de plee, dat hoor je toch? Wahahhahahahahahahah xd jullie zijn fa2 man: P sex op school xd hoe kom je er op gwn ff zoenen kan nog wel maar sex: Je kan wel zeggen; kijk er niet naar, maarja dat doe je toch!

En de conciërce is zelf naar hun toegegaan maar het kan ze niks schelen. In het bijzijn van anderen, dan bedoel ik vooral vrienden, mar ook onbekenden, vind ik het belachelijk. Niet iedereen zit er op te wachten en bovendien voelen veel zich denk ik erg ongemakkelijk. Wacht lekker tot je thuis bent, dan heb je alle tijd, ruimte en bovenal privacy! Kijk, een simpele kus, van hoi of doei moet kunnen. Dat doe ik ook bij mijn vriendje. Maar alsjeblieft, ga niet overdreven doen in het bijzijn van de hele school!

Dat vind ik vooral aandacht trekken. Klopt ook wel op schoolplein de hele dag elkaar zitten aflebberen slaat nergens op. Maaar dat wil niet zeggen dat sex niet lekker is. En get a room is wel makkelijk gezegd als je nergens verstand van hebt, want je zit ook met ouders die thuis zijn dan kan je je chimeid dus ook niet uitnodigen at je crib voor een gangbang.

Jaja niet aan gedacht he! Pff anders had ik nu allang me record verbroken buhaha. Denk eens aan anderen, doe niet zo aso! Waarom zeiken julllie zo erg wtf balt het. Laat iedereen lekker zoenen waar die wil, als ze van elkaar houden klaar toch. Tegenwoordig is het zo van als het meisje de jongen leuk vind, vind je jongen Plotsling het meisje ook leuk.

Die vraag hoef ik niet te stellen. Dat merk ik ook bij ons opschool.. Is het nou een pornofilm of gewoon een middelbare school? Het blijft een raadsel. Een kusje in de aula,, ff een knuffeltje is noet erg, maar k weet niet hoor, maar je kunt moeilijk mekaar ff gaan pijpen tijdens de les?! P haha collega sex. Haai, Ik ben Rianne en ik ben het volkomen met jullie eens ik vind ook dat seks niet op school mag. Op mijn vriendinnentje haar school krijgen ze een seksuele voorlichting. En ze vertelt ook: Met vriendlijke groet Rianne ik zeg mijn achter naam liefer niet ps: Ja kzei da ook da da wel e beetje minder mogt da gelebber op school enzo tot dak m'n eigen lief weer had dan is da rap over zene kbedoel gewoon da je niet zo rechtlijnig mag zien.

Jezus christus waar naartoe. Ik durf wedden dat je amper je regels hebt. Ik doe het gewoon thuis. Op school hoort niet. Iemand toevallig interrese in me? So, you wanna be a model? Wij willen meer lessen! Waarom niet gewoon op internet? Neushoorns redden in Kenia. Beveiliging mp3 op de schop. Holland's Next Top Model.

Studie, maar eerst ontspanning! Met z'n allen naar het buitenland. Je hebt schoenen, en je hebt schoenen…. Van zwembadmarokkaan tot speedostakker? Retro wordt weer in! Zuip je klem, val in coma?

Daar gaan ze weer! Verslag van de groene loper! Amerikaan eet 66 hotdogs in twaalf minuten! Cascada Zangeres Natalie Horler; altijd in voor kattenkwaad! Knut mag niet meer spelen. Krullenbol Jim goes Nederlandstalig. Vakantiemoment van de week. Het wordt je dood! Boeken ruilen op vakantie. Girls love guys who can play guitar Rapper heeft er genoeg van. Is er dan niets meer heilig? Dames met ballen in de eredivisie. Nieuw op Z pp: What a wonderful world.

Verder leren dan je neus lang is. Verplichte voldoendes voor diploma?! Bloopers van Pirates of the Caribbean. Because I said so. Timboektoe; een steengoede film! Wetenschap saai en serieus? Kusje van een necrofiel. It-ers zijn geen nerds.

Bij de Moviesquad jongerenjury Borsato niet verkiesbaar voor TMF-awards. Acteurs Timboektoe aan het woord. Sarah-Jane naar de VN. Flight of the Bumblebee. SMS van Sarah-Jane 2. Sms van Sarah 3. Maybe she's born with it Jan Wolkers is vrij. Schoonheid redt de rechtsstaat Vissen in de boom. Historisch Huurmoordenaartje spelen met Brainpower en Intwine. Dromen van een dagje stewardess. Harry Potter en de Relieken van de dood. De wedstrijd die er niet was. Die zien we nooit meer Dommer dan je opa en oma.

En de winnende concierge wordt Kleurtjes in 't ziekenhuis. Scholieren op de barricades. Woestaantrekkelijke DJ's gemixt met levensgevaarlijke pirates! Wapens zijn zoooo last year Rayman Raving Rabbids 2.

Worden we steeds braver op school? Muziek maken met BEEB! Griekse mythologie, winterdepressies en meligheid. Jammen en headbangen bij kick-off BEEB. Een ongelukkige kerst gewenst! Een witte kerst en een knallend nieuwjaar! Friends Monica nu in Dirt. Alicia zoals ze is. Stakende scholieren achter tralies. Een jas van berenbont. Wakker worden met VJ Saar.

Skinny jeans, maar niet meer. JUNO - zwangerschap met humor. Zo Carnavalsk is Maastricht? Mirte hockeyt in jong oranje. Liefde gaat door de maag. Geef me 'n roosje, mijn roosje! Griekse goden bestaan nog steeds! Ik hield van hem Spaar geen Smurfen, spaar Monopoly!

Wie mooi wil zijn Spears op haar 36e: Idols uit de oude doos. Docent van het Jaar Naakt door de Leeuw. Bin Laden moet origineler. Ogen open in het Stedelijk.

Tom Jetsen aan de tofu?! Van Crocs tot Cruggs. Hoe het zou moeten aflopen Docenten demonstreren, leerlingen vrij!? Beautiful Katamari - Xbox De Lama's houden op met spugen. Bruggetjes van Patrick Laureij. Dag om te leren. Basischoolkinderen met een Burn-out?

And the winner is Docent van het jaar: Bastaardsuiker - Arjen Lubach. Ga jij met Barbara naar Oeganda? Wie lang ben jij? Slimmer worden met Ubisoft: Krezip plugt het in! Beter een Enge Buur dan een verre vriend. Word directeur van Burgers' Zoo. Van school gestuurd na 1-aprilgrap. Van papyrusrol tot boek. Beetje koud, maar wel lekker. Ik lijk wel Donald Duck! Nee hoor, wij vragen alleen goede whiskey! Rekenen door te tekenen.

Tom laat weer van zich horen: Er wordt zo weinig geklaagd Madonna probeert jong te blijven. In al zijn films schroeft Clark het contrast tussen zijn acteurs en wat ze meemaken op, om nog meer van hen te kunnen genieten. Op een mestvaalt is een bloem nog mooier. In Another Day in Paradise bouwde Clark een hele wereld bevolkt met dieven en junks, bezig met drugs en geweld, besmeurd met bloed en gekrenkt door pijn. En de regisseur laat dat alles alleen maar opdraven om een jong gezicht in de zon te zetten, op een maïsveld, in warm geel licht, een gezicht waar al die ellende nog geen vat op heeft gekregen.

Misschien voelt Clark ook wel dat de tieners het verderf al in zich dragen. Kinderen zijn geen lieverdjes. Zelfs over kleuters wordt wel gezegd dat ze elkaar op het schoolplein al de meest vreselijke dingen aandoen. Mensen die dat zeggen, trekken er vaak een triomfantelijk gezicht bij. Clark is eerder verbaasd. Hoe kunnen zulke mooie wezens zulke lelijke dingen doen? In Bully wordt deze verbazing op de spits gedreven.

In deze film wordt Bobby Kent door zijn beste vriend Marty Puccio, diens vriendin Lisa Connelly en nog een paar vrienden van haar vermoord. Twee van de moordenaars kende het slachtoffer niet eens. De tieners hadden het besloten en ze hadden het gedaan, zomaar, zelfs zonder zich veel zorgen te maken over de afloop.

Ze werden al na een paar dagen opgepakt. De furore die deze zaak in Amerika maakte, werd vooral veroorzaakt door het feit dat de daders en het slachtoffer witte, rijke kinderen waren, afkomstig uit de buitenwijken van Fort Lauderdale, en Palm Bay in Florida, die piano- en dansles hadden gehad. Ze zijn terechtgekomen in een verloederde subcultuur die ertoe leidt dat ze hun leven in een leegte doorbrengen die alleen gevuld kan worden met drank, drugs, seks, en de eindeloze, doelloze analyse van hun eigen pathetische leegte'', schreef de Amerikaanse filmcriticus Roger Ebert.

Bully is gebaseerd op het boek Bully. A true story of high school revenge van Jim Schutze en volgt dit boek getrouw. In het begin zien we bijvoorbeeld de wand met mooie mannen die Lisa Connelly boven haar bed heeft hangen bijna letterlijk gekopieerd. Toch wijkt de film op twee belangrijke punten af van de werkelijkheid zoals die in het boek beschreven wordt.

Clark vertelde in Venetië zelf dat de ouders van Bobby Kent immigranten uit Iran waren. De reden om dit uit de film weg te laten meldt hij even achteloos. Als het waar is. Na Venetië lees ik het boek van Schutze en daarin is over racistische motieven niets te vinden. Er staat wel dat Bobby Kents vader zijn naam van Khayam in Kent veranderde, maar verder speelt zijn afkomst in het boek geen enkele rol.

Wel vermeldt Schutze dat Lisa Connelly, over wier slanke lijf en spitse borstjes Clark de camera vaak laat glijden, in werkelijkheid heel dik was. Bobby Kent was onder meer zo'n verschrikkelijke bully omdat hij bepaalde dat Puccio alleen met dikke meisjes mocht vrijen.

Het was deel van de routine om seks met ze te hebben en ze dan belachelijk te maken omdat ze dik waren'', schrijft Schutze. Waarom zou Clark deze uiterlijke omstandigheden hebben veranderd, zodat zijn film nu bijna uitsluitend bevolkt wordt door mooie, jonge, witte mensen? Ook een paar andere leden van het groepje worden gespeeld door acteurs die mooier zijn dan de moordenaars, volgens hun portretjes in het boek, werkelijk waren.

De veranderingen dragen niet bij tot een beter begrip van de zaak. Waarschijnlijk kon dat Clark niets schelen. Hij wou het liever zo onbegrijpelijk mogelijk houden.

Het is een feit dat acteurs meestal mooier zijn dan de mensen die ze spelen en de camera mensen ook nog eens mooier maakt. Zelfs de vrouw in Ettore Scola's Passione d'amore , van wier lelijkheid het hele verhaal afhing, was niet eens zo lelijk. Ik kijk nog eens naar Bully. Op het tweede gezicht valt het wel mee met de schoonheid van de acteurs. Misschien heb ik de eerste keer slecht gekeken.

Clark heeft me verblind. Hij kreeg in Bully iets uitzonderlijks voor elkaar. Alle jeugd maakte hij mooi. Vooral de jonge jongens die hij kiest, en die hij zo goed laat spelen, zijn eigenlijk alleen maar mooi omdat ze jong zijn.

Soms zie je hun oudere gezichten al onder de sluier zitten. Clark verbindt het goede niet met het schone, maar louter met het jonge. Om dat verband daarna meteen weer te verscheuren.

In het werk van Clark bleven die tot nu toe buiten beeld. Ouders en kinderen leven volledig langs elkaar heen. In Ken Park, dat Clark samen met cameraman Ed Lachman regisseerde, draait het wel om ouders en kinderen. De film speelt zich af in Californië, in een aanmerkelijk minder rijk milieu dan het Florida van Bully. In de eerste scène van de film schiet een jongen zich een kogel door de kop. Zijn vriendin is zwanger. Hij wil geen vader worden. Vervolgens komen er een paar vaders, zonen, moeders en dochters in beeld en het is klip en klaar dat de jongen een goede keuze heeft gemaakt.

Clark laat de relaties tussen de ouders en de kinderen bijna uitsluitend lichamelijk zijn. Een jongen doet het met de moeder van zijn vriendinnetje. Een dronken vader kruipt bij zijn zoon in bed. Het morele vacuüm waar de jeugd in Bully al in verkeerde, bevat in Ken Park ook de ouders.

Het is allemaal vies, smoezelig, walgelijk wat er gebeurt, en Clark zwelgt erin. Misschien voelde hij zich nog vrijer dan anders omdat Ken Park niet in Amerika maar in Europa werd gefinancierd. Tegelijkertijd brengt Clark alle ellende teder in beeld, met oog voor detail die deze white trash zelden vergund is.

De vader speelt met het dons op de benen van zijn zoon, draait er krulletjes in. Een nog vrij jonge moeder heeft haar borsten laten vergroten. Haar man wordt kaal. Hij kijkt alsof hij zich daar permanent voor verontschuldigt. Zijn vrouw vraagt het vriendje van haar dochter wie er beter is in bed. Een van de laatste scènes van Ken Park is een wonder. Clark moet al zijn eerdere werk nodig hebben gehad om hier terecht te komen.

Seks was tot aan deze scène in de films van Clark meestal onderdeel van zijn nare verhalen. Neuken was vaak verkrachten, plezier beleefde bijna niemand eraan. Hier is dat niet meer zo. Peaches, Claude en Shaw zijn jong, ze neuken en ze genieten. Zelden heb ik seks zo schoon in beeld gebracht gezien. Likken, strelen, zuigen, klaarkomen, opeens is het een troostend tijdverdrijf.

In het paradijs moet het zo geweest zijn. Er is niets ranzigs meer aan, niets triests. Alsof het lachende baby's zijn. Ook het kijken ernaar is onbezorgd. De begeerte is uitgeschakeld.

.

Ja kzei da ook da da wel e beetje minder mogt da gelebber op school enzo tot dak m'n eigen lief weer had dan is da rap over zene kbedoel gewoon da je niet zo rechtlijnig mag zien. Jezus christus waar naartoe. Ik durf wedden dat je amper je regels hebt. Ik doe het gewoon thuis. Op school hoort niet. Iemand toevallig interrese in me? So, you wanna be a model? Wij willen meer lessen! Waarom niet gewoon op internet? Neushoorns redden in Kenia.

Beveiliging mp3 op de schop. Holland's Next Top Model. Studie, maar eerst ontspanning! Met z'n allen naar het buitenland. Je hebt schoenen, en je hebt schoenen…. Van zwembadmarokkaan tot speedostakker? Retro wordt weer in! Zuip je klem, val in coma? Daar gaan ze weer! Verslag van de groene loper! Amerikaan eet 66 hotdogs in twaalf minuten! Cascada Zangeres Natalie Horler; altijd in voor kattenkwaad!

Knut mag niet meer spelen. Krullenbol Jim goes Nederlandstalig. Vakantiemoment van de week. Het wordt je dood! Boeken ruilen op vakantie. Girls love guys who can play guitar Rapper heeft er genoeg van. Is er dan niets meer heilig? Dames met ballen in de eredivisie. Nieuw op Z pp: What a wonderful world. Verder leren dan je neus lang is. Verplichte voldoendes voor diploma?!

Bloopers van Pirates of the Caribbean. Because I said so. Timboektoe; een steengoede film! Wetenschap saai en serieus? Kusje van een necrofiel. It-ers zijn geen nerds. Bij de Moviesquad jongerenjury Borsato niet verkiesbaar voor TMF-awards. Acteurs Timboektoe aan het woord.

Sarah-Jane naar de VN. Flight of the Bumblebee. SMS van Sarah-Jane 2. Sms van Sarah 3. Maybe she's born with it Jan Wolkers is vrij. Schoonheid redt de rechtsstaat Vissen in de boom. Historisch Huurmoordenaartje spelen met Brainpower en Intwine. Dromen van een dagje stewardess. Harry Potter en de Relieken van de dood. De wedstrijd die er niet was. Die zien we nooit meer Dommer dan je opa en oma. En de winnende concierge wordt Kleurtjes in 't ziekenhuis.

Scholieren op de barricades. Woestaantrekkelijke DJ's gemixt met levensgevaarlijke pirates! Wapens zijn zoooo last year Rayman Raving Rabbids 2.

Worden we steeds braver op school? Muziek maken met BEEB! Griekse mythologie, winterdepressies en meligheid. Jammen en headbangen bij kick-off BEEB. Een ongelukkige kerst gewenst! Een witte kerst en een knallend nieuwjaar! Friends Monica nu in Dirt. Alicia zoals ze is. Stakende scholieren achter tralies. Een jas van berenbont. Wakker worden met VJ Saar. Skinny jeans, maar niet meer. JUNO - zwangerschap met humor. Zo Carnavalsk is Maastricht? Mirte hockeyt in jong oranje.

Liefde gaat door de maag. Geef me 'n roosje, mijn roosje! Griekse goden bestaan nog steeds! Ik hield van hem Spaar geen Smurfen, spaar Monopoly! Wie mooi wil zijn Spears op haar 36e: Idols uit de oude doos. Docent van het Jaar Naakt door de Leeuw. Bin Laden moet origineler. Ogen open in het Stedelijk. Tom Jetsen aan de tofu?! Van Crocs tot Cruggs. Hoe het zou moeten aflopen Docenten demonstreren, leerlingen vrij!? Beautiful Katamari - Xbox De Lama's houden op met spugen.

Bruggetjes van Patrick Laureij. Dag om te leren. Basischoolkinderen met een Burn-out? And the winner is Docent van het jaar: Bastaardsuiker - Arjen Lubach. Ga jij met Barbara naar Oeganda? Wie lang ben jij? Slimmer worden met Ubisoft: Krezip plugt het in! Beter een Enge Buur dan een verre vriend. Word directeur van Burgers' Zoo.

Van school gestuurd na 1-aprilgrap. Van papyrusrol tot boek. Beetje koud, maar wel lekker. Ik lijk wel Donald Duck! Nee hoor, wij vragen alleen goede whiskey! Rekenen door te tekenen. Tom laat weer van zich horen: Er wordt zo weinig geklaagd Madonna probeert jong te blijven. Toppers top of flop? Al winkelend rijk worden. Briefjes op de keukentafel. Antwoord op al uw vragen. Pesten is een spelletje.

Cola in je satelliet. Op de set van "Radeloos". Dat onderwijs van tegenwoordig. Moke en meer in het Vondelpark. Wat is de grens? De hele wereld op Mundial. Hoe overleef ik-de film. Met BNN de zomer door. Spanje voor de win Vier landen, vier talen, 1 jaar.

Een verhaal van lang geleden, toen er nog ridders waren. De huid van Fort Asperen. Man zijn is nu eenmaal ideaal. Pak uit die tas Luie mensen, die Spanjaarden. Kom met jouw geschiedenisleraar op tv! Lowlands op z'n klassiekst. Ach, we doen het gewoon nog een keer. Het laatste beetje Cuba. Op de de set bij SpangaS! De nieuwe presentator van Puberruil XL: Examen voor de brommer. Op de set bij SpangaS: Het Schnitzelparadijs - de serie.

Was ik vroeger ook zo? Spanje en 't ziekenhuis? Mijn appels en ik. Strengere eisen voor het examen. Lekker dan, als iedereen zo beroemd denkt te worden Ik moet me goed scheren voor we een scene schieten! Concierge van het jaar! Van Gogh verlicht de pijn. Burenruzie of gezellig bbqen in The Sims 2 Appartementsleven.

Te moe, te lui of gelukkig. Talk like a pirate, arrh! For the love of God. Thuis of in de kluis De apen van De Jeugd van Tegenwoordig. De laatste tien uur. Welcome to the land of security? De stom-aan-jongens Top Iemand trek in technicolor-spaghetti? Plakken als een gekko. Trick Or Treat in New York. Laatkomers naar Bureau Halt. De ene vodou is de andere voodoo niet. So you think you can dance? Kamelenmelk is goed voor elk. Mijn fiets en ik. Coffeeshops weg van scholen?

Vitamines op je Amerikaanse burger. In ons portiek een eindje verderop staken we op en begonnen aan ons eindeloze gesprek over niets. We waren altijd met zijn drieën, mijn vriend en ik en Hannie die er eigenlijk niet bij hoorde, maar er wel bij was. Af en toe zei een van ons: Het wonderlijke is dat ik me precies herinner hoe Hannie die ik me nauwelijks herinner de mop vertelde.

Zoals ik me ook herinner hoe Eva die al zo lang dood is de mop van de drie saxofonisten vertelde. Ik meen dat het café Andries heette en ­tevens slijterij was.

Vreemd hoe een mop het verleden terug kan brengen. In hetzelfde café vertelde Eva, die als gids op een rondvaartboot werkte, hoe ze aan het einde van de reis de toeristen de fooi uit de zak klopte. Terwijl ik over de Ruysdaelkade langs de meisjes liep, moest ik denken aan de vriend die hier lang geleden met zijn zevenjarige kleindochter voorbij fietste. Zijn antwoord verdient een hoge notering op de daden-van- goed-grootouderschap top tien. Maar mannen die alleen zijn willen ook wel eens geknuffeld worden.

Bij de kapper had Alies uit Emmeloord die onder het knippen vaak zo gezellig met mij praat een hooggeleerde kennis onder haar blauwe lakentje. Ze was bezig hem een verhaal te vertellen over een Surinamer die op nieuwe schoenen in vijf dagen de Vierdaagse had gelopen, waarbij ze regelmatig een imitatie van de Surinamer in kwestie ten gehore bracht.

Ze had kennelijk gehoord wat ik dacht, want ik zat nog niet in de stoel of ze vertelde dat haar vader Surinamer was en dat ze het zich daarom kon veroorloven Surinamers te imiteren.

Vervolgens begon ze over een verhaal over de kippen van de buren. Haar vader had vaak aangeboden de kippen te kortwieken, maar dat wilde de buurvrouw niet. Met als gevolg dat de kippen voortdurend in hun tuin zaten, en daar ook eieren legden. Eieren die de buurvrouw bij de moeder van Alies kwam opeisen. Ik had eens een keer een ­afspraak met Maarten ­Asscher van de Athenaeum Boekhandel. Toen ik op de hoek van de Brouwersgracht op hem stond te wachten, zag ik hem al van verre de Keizersgracht afkomen.

En zo was het. De man die geheel in zichzelf besloten voor mij uit over de Prinsengracht liep, had O-benen die maar aan een persoon konden toebehoren.

We namen plaats op het dichtstbijzijnde terras en hadden het over de dingen waarover je het zoal hebt als je elkaar een tijd niet hebt gesproken. Een paar jaar terug ben ik een paar keer te gast geweest in DWDD, maar daar moet Matthijs op de foto met zijn fans en heeft hij geen tijd voor praatjes.

We haalden herinneringen op aan de aan de avond in Zaal Tamboer waar ik De Glazen School had voorgelezen, een lang gedicht over de kinderen met wie ik in de zesde klas van de lagere school heb gezeten, en aan het bezoek aan mijn geboortehuis in de ­Esmoreitstraat dat erop gevolgd was. Daarna ging het gewoon over de dood.

Over Martin Bril die de laatste keer dat Matthijs hem zag een witte baard had gehad. Die drie laatste dagen stonden Brils stukjes op de voorpagina van de Volkskrant. Als de koortsdromen van een stervende. Even ­ondoorgrondelijk als betekenisvol. Overal in de stad zie ik weer grote samenscholingen van kinderen, vooral bij schoolgebouwen, bij het Amsterdams, bij het Spinoza, het Montessori, het Fons Vitae, Gerrit van der Veen.

De kinderen zien er allemaal fris gewassen en gestreken uit en ze kwetteren er vrolijk op los. Het waren er zoveel dat het ganse raderwerk ontwricht leek te worden. Zal ik ze achterna fietsen, dacht ik, maar bij de Jan Luijken besloot ik toch rechtsaf te gaan.

En zo bracht mijn fiets me naar het Roeterseiland, waar het overal Nieuwe Achtergracht bleek te heten. Moest je daar vroeger niet heen om doorgelicht te worden? Het was een drukte van belang op het eiland.

Overal fietsen en scooters en studenten. Geen volwassene te zien. Het is het eiland van de jeugd. Bij het Crea Café stond een jongen in een hesje het verkeer te regelen, het terras aan het water zat vol, een meisje viel van haar fiets en ik zweefde van brug naar brug over het water, tot ik ineens op de Plantage Muidergracht stond.

Het geroezemoes dat van het eiland kwam, dreef door de straat, maar verder was het doodstil. De dichter Adriaan Morriën woonde hier indertijd.

Mijn eerste stukjes voor de krant moest ik bij hem thuis inleveren. Zou ik het huis nog herkennen, vroeg ik me af? Langzaam fietste ik richting Hortus. In de stad gebeurt altijd van alles, behalve als er niks ­gebeurt. Is het erg als er niks gebeurt? Nee, dat is niet erg. Het was een lome zomerse dag en het zonlicht trok al strepen. In het Oosterpark zaten de jongelui in kringen in het gras met elkaar te praten en kwam mij over een van de paden een piepklein meisje tegemoet dat een piepklein gazen rokje droeg en met haar kleine voetjes reuzenstappen maakte.

Twee donkere jongens zaten op een bankje bier te drinken uit een fles. Verder gebeurde er niets. Ik liet het park achter me, stak de Linnaeusstraat over en reed de Eerste van Swindenstraat in.

Door de overloop van de Dappermarkt, denk ik. In de Javastraat is het meteen een stuk rustiger. Wegens honger en dorst streek ik neer op het terras van Bar Basquiat, schuin tegenover Lale Kasabi, een slager met een groentenwinkel voor de deur. Na de loempiaatjes fietste ik over de J. Aan een tafeltje onder een parasol at een man een ijsje. Op de Zeeburgerkade reed ik langs het haventje aan de ene kant en langs de gietijzeren overkapping, waarvan de delen de namen van de dagen van de week dragen aan de andere.

Het blauwe pontje aan het Azartplein was net weg. Voor Loods 6 lieten twee meisjes zich langs een laddertje in het IJ zakken. Af en toe kwamen ze het water uit om op hun telefoon te kijken, maar verder gebeurde er niets. Een van de mooiste wandelpaden van de stad loopt over de Nassau­kade langs de Singelgracht.

Ik zie er zelden iemand lopen en toch is het pad door mensenvoeten gemaakt. Als ik met mijn grootmoeder die op de Rozengracht boven de brandweer woonde naar oom Cees en tante Fietje ging die tegenover een jachthaventje op de Marnixkade woonden, gingen we bij de Nassaukade rechtsaf.

Het pad was daar maar een paar decimeter breed, en dat is nog steeds zo. Je loopt vlak langs het water en onder de bomen. Door het water gaan bootjes, eenden, zwanen. In de verte staat de Westertoren. Het pad loopt helemaal tot aan de Willemsbrug, maar wij verlieten het ter hoogte van het Marnixplein.

Daar aangekomen, zei mijn grootmoeder: Hij moest terug naar de Rozengracht. Het is wonderlijk hoe mensen kunnen vergroeien met het huis waarin ze wonen. Voor mijn grootvader was zijn woning aan de ­Rozengracht de beste plaats op aarde.

Hij kon hele blocnotes vullen met zijn zwierig geschreven naam en zijn adres daaronder: Maar toen hij het huis moest verlaten omdat hij de trap niet meer op kon, ging hij niet dood, maar verhuisden mijn oma en hij naar een huisje in de Louis Bouwmeesterstraat in Nieuw-West, waar hij het nog jaren druk had met het scherp opvouwen van de kranten.

Geluk is als je een tientje vindt, maar spijt? Als ik de Ferdinand Bolstraat uit fiets en dat kan weer sinds kort, komt onvermijdelijk het ogenblik dat ik de Singelgracht in beeld krijg.

Het was een rank scheepje, met een dakterras als ik me goed herinner. In de tijd van de nachtconcerten in Amsterdam, zo eind jaren vijftig, begin jaren zestig, kwamen ­alle jazzgrootheden naar de stad, Louis Armstrong, Count Basie, Duke Ellington, Dizzy Gillespie, Ella Fitzgerald, maar ik heb ze niet gezien en niet gehoord.

Niet ­omdat ik geen kaartje had kunnen kopen, maar omdat ik niet wou. Ik was zo verschrikkelijk recht in de leer dat ik Dizzy Gillespie niet wilde zien omdat hij samen met Louis Armstrong speelde, en die zong, o gruwel, wel eens liedjes in een zangfilm. Met types als Bing Crosby, om het nog erger te maken. Als we naar, ik noem maar wat, Sonny Rollins gingen en Teddy Wilson en Gene Krupa zaten in het voorprogramma, dan zaten wij het voorprogramma uit in de foyer. Ik denk vaak, en met groot plezier terug aan de concerten die ik heb bijgewoond, maar als ik denk aan wie ik allemaal had kunnen zien, voel ik schaamte en spijt.

Ja, in zijn jonge jaren haalde Guus vele stomme streken uit. Ik had een stuk De Witten­kade genomen, was toen de Tweede Nassaustraat in gegaan en kreeg zo ter hoogte van Checkpoint Charlie de Kattensloot in het vizier. De Kattensloot is een ongehoorde bak water met aan weerskanten een Jacob Catskade.

Mooie kade, de Jacob Catskade. Langs de Kattensloot staan op zes glazen platen zes gedichten, maar Vader Cats is er gek genoeg niet bij. De gedichten zijn tien jaar geleden geplaatst, op 23 september om precies te zijn. Ik was erbij, en ik was niet weinig trots, want een van de gedichten is van mijn hand. In die tien jaar was ik niet meer wezen kijken, maar nu was ik eens op inspectie gegaan. Geheel overwoekerd door een vlinderstruik, zo bleek en dat beviel me wel.

Twintig minuten later stond ik in de Jan van Galenstraat voor de Beltbrug naar de passerende ­jachten te kijken. Ik schoot in de lach. Waar je ook bent in de stad, overal zie je de reusachtige Waterpoort voorbij ­komen die in de Houthavens aan het verrijzen is. Als je de zaak echt goed wilt bekijken, kan ik het terras van het Volkskoffiehuis op de hoek van Spaarndammerstraat en Spaarndammerdijk aanraden.

Komt u ook nog eens in een volkskoffiehuis, wat niet vaak meer zal gebeuren, want het is een uitstervend genre. De Waterpoort is hoog, maar wordt nog twee keer zo hoog, is me verteld. Ik probeerde het me voor te stellen, maar het wou niet erg lukken. Zoals het me ook niet lukken wou de ingang van Zonnehoek te vinden. Ik fietste met de sloten mee die het volkstuinencomplex omringen en belandde tenslotte in een zanderige berm langs een onbestemde snelweg, die ik op moest om bij de ingang te komen.

Eenmaal binnen de poort bleek ik op de kruising te staan van Iris- en Dahlialaan. Ik voelde me meteen thuis. In de prachtige tuinen vol leverkruid en zonnehoeden, koeienogen, rubeckia en hier daar een dahlia, stonden piepkleine huisjes. Een vrouw die even verderop het onkruid uit het grint van het pad stond te schoffelen, vertelde dat je in de huisjes niet mocht slapen. Om 8 uur moet iedereen weg zijn.

Alles wordt steeds eenvoudiger en ­ingewikkelder tegelijk. De pinpas had ik inmiddels redelijk onder controle, maar nu hebben ze weer iets nieuws bedacht. Contactloos ­betalen heet het, en het vriendelijke meisje van het Vlaamsch Broodhuys op de Elandsgracht had het me uitgelegd. Van het Broodhuys begaf ik me naar Lindeman, waar ik het ­zojuist geleerde kunstje voor de tweede keer opvoerde.

Nog enigszins beduusd stond ik even later in de felle zon naar de prachtige standbeelden te kijken die onze zangers van het levenslied eren, alsmede de weergaloze accordeon van Johnny Meijer. Ik hield van tante Leen, vooral als ze vergat dat ze van de Jordaan was en heel jazzy begon te klinken.

Tante Leen had een café op de Nieuwendijk en als je maar lang genoeg bleef zitten, kwam soms het moment dat ze de microfoon pakte om te zingen. Heerlijk ogenblik, al zong ze nooit wat jij wilde ­horen.

Waarom eigenlijk niet, vraag ik me zoveel jaren later af. Bij boekhandel Premsela wil ik het boek over Prévert dat ik gekocht heb contactloos betalen. Maar nee, zegt de vriendelijke man aan de kassa, dat gaat niet, daarvoor is het bedrag te hoog.

Georges Perec is van plan geweest een boek te schrijven waarin alle woorden van de Franse taal voorkomen. Het is er niet van gekomen. Mijn eigen niet ­gerealiseerde boeken zijn minder ambitieus: Van deze projecten zitten hier en daar aantekeningen in schriftjes en computer, maar de papegaai houdt me nog steeds bezig. Zou het zijn omdat je hun gekrijs overal in de stad kunt horen?

De eerste keer dat ik in het Vondelpark een papegaai zag, viel ik bijna van mijn fiets van verbazing. Toen ik erover schreef in de krant zei­ ­iedereen dat ik uit mijn nek lulde, maar inmiddels hebben de papegaaien mijn gelijk wel bewezen. Een dezer dagen kreeg ik van ­iemand het boekje Mijn eigen ­dierentuin van Théophile Gautier cadeau, een uitgave van De Wilde Tomaat. In een van de verhalen vertelt Gautier dat hij de papegaai van een vriend te logeren krijgt. De kat des huizes kijkt een en ander een tijdje aan en besluit dan een aanval te ondernemen.

Ze springt op de kooi en op dat moment roept de papegaai met zware stem: Het rinkelen van de bel kondigt aan dat de Wiegbrug opengaat en meteen zie je alle verkeer inhouden. Zal hij het halen of gaat zijn kop eraf? Al breiend volgen we het spektakel en er gaat een golf van opluchting door het snel aangezwollen publiek als hij het redt, dat was in de hoogtijdagen van de guillotine wel anders.

Iemand vertelt dat er laatst een fietser was die tegen de opengaande brug opreed en toen over het water naar de andere brughelft sprong. Zou het waar zijn, denk ik. Inmiddels is om mij heen de grote verbroedering begonnen. De boten varen voorbij en iedereen praat met iedereen. De bel die aankondigde dat de brug weer dichtging maakte een einde aan het feest. Er klonk een applausje en na twintig minuten wachten ging een ieder tevreden zijns weegs.

Hoe anders was het in de tram die dezelfde dag op de halte bij de Heineken Experience tot stilstand kwam en daar twintig minuten bleef staan omdat zich almaar nieuwe toeristen meldden die een kaartje wilden dat ze een voor een met een tientje betaalden. Tramoproer dreigde, helaas bleef het bij gemor. Bij het stoplicht dat maar niet op groen wilde springen, stond ik lekker te zingen.

La Jeanne zong ik, een lied van George Brassens, de druipsnor van wie er altijd bij werd gezegd dat zijn chansons heuse gedichten waren. Waarom zing ik niet gewoon De vlieger, denk ik wel eens, of Pappie loop toch niet zo snel, is het om te laten horen dat ik niet van de straat ben? Naast mij, voor hetzelfde stoplicht, stond een oude Indische dame. Twee straten verder stond ik in een etalage naar een uitstalling van kleurpotloden te kijken toen een stofgrijze man de sleutel in een deur stak die me eerder niet was opgevallen.

Niks als tengel, en riet en stof. Ik kwam een keer uit mijn werk en ik had een afspraak met de kapper hier aan de overkant, maar toen hij me zag, zei hij: En je spoelt het er zo weer af. De Chinese meisjes bij ons op school zagen er leuk uit en ze hadden mooie namen als Ki Ki en Mei Mei, maar ze zeiden nooit niks. Omdat mijn vriend verliefd was op Shu Anni, een schoonheid uit een parallelklas, kenden we haar rooster uit ons hoofd, zodat we precies wisten uit welk lokaal ze tevoorschijn zou komen om zich naar de volgende les te begeven.

In het voorbijgaan schonk ze mijn vriend weleens een giecheltje, maar daar bleef het bij. Toen verzamelde hij al zijn moed en nodigden we haar uit voor een feest bij mij thuis. Ze zou komen, zei ze. Maar op de avond van het feest belde ze af. Het regende dus kon ze op de fiets niet komen.

Dan neem je toch de tram, zeiden wij, maar dat kon niet, want ze wist niet hoe dat moest, ze had nog nooit in de tram gezeten. Shu Anni woonde in een de reusachtige villa op de hoek van de Stadionweg en de Diepenbrockstraat.

In de tuin staat een grote magnolia. Tot onze verbazing werden we op een dag uitgenodigd voor een feest in de villa. Terwijl mijn vriend een gesprek met Shu Anni uitprobeerde, gingen mijn vriendin en ik op zoek naar de ­afzondering waar we op dat ­moment zo ernstig behoefte aan hadden.

We openden een deur en betraden een kaal vertrek, waar op een matje een Chinees naar een kleuren-tv zat te kijken. En welke deur we daarna ook openden, erachter zat op een matje een Chinees naar een kleuren-tv te kijken.

Tenslotte staken we daarom over naar het Beatrixpark en streken neer op het bankje vlak voorbij de ingang. Als het er nog staat, loop ik er zo naartoe. Het appartement in Ventimiglia waar wij onze vakantie doorbrachten, lag boven een schoenenwinkel. De weg naar buiten voerde door de schoenenwinkel, waar een jonge vrouw werkte die door mijn moeder meteen ­Gina was gedoopt.

En niet zonder reden. Gina leek sprekend op Lollobrigida, dezelfde haren, dezelfde mond, dezelfde rondborstige vormen, maar dan niet op film, maar in het echt. Een vervelende bijkomstigheid was dat Gina mij een leuk jongetje vond en dat liet blijken door me te zoenen. Jongens van elf willen niet gezoend, dus deed ik er alles aan om haar te ontlopen, maar merkwaardig genoeg lukte het haar iedere keer mij in haar armen te vangen, waarna ik haar, heftig tegenspartelend, een afdruk van haar roodgeverfde lippen op mijn wang liet drukken.

Gina van de schoenenwinkel aan de via Roma, hoe zou ik haar kunnen vergeten. In Ventimiglia scheen de zon en in het parkje bij het strand stond een kiosk waar ze ijs verkochten in bleke kleuren die van pistachegroen via chocoladebruin naar biggetjesroze liepen: We zaten onder een parasol aan een rond tafeltje en mijn vader en moeder dronken koffie uit kleine kopjes. De politie in Ventimiglia droeg witte uniformen en de zwarthandelaren die op de benzinebonnen van de toeristen uit ­waren, droegen slappe hoeden en hadden altijd een opgerolde krant bij zich.

De laatste drie dagen van de vakantie waren we met ons drieën. In de schemering zaten we op het balkon en luisterden naar de langs-schichtende gierzwaluwen.

Als het karretje dat asti spumante verkocht zijn roep liet ­horen, ging mijn vader naar beneden en haalde een fles die we met zijn drieën opdronken; mijn vader en moeder een glas, ik een heel klein glaasje. Op de derde ochtend van onze zo avontuurlijke reis naar Ventimiglia beloofde mijn moeder de zee die ik alleen van de ansichtkaarten kende die mijn ouders me tijdens hun eerdere vakanties hadden opgestuurd.

Of de zee net zo blauw was als op hun ansichtkaarten, wilde ik weten. Dat was ie, zei mijn moeder, ik zou het zo wel zien.

Yves Klein zag dezelfde zee in die dagen en signeerde hem als zijn eerste blauwe monochroom. Toen we Ventimiglia binnen ­reden, zag ik overal kogelgaten in de muren van de huizen. Ik kon mijn ogen niet geloven, zoals ik ze ook wantrouwde toen we onze ­bagage naar het appartement brachten dat we gehuurd bleken te hebben. Het was groot met donkere schilderijen aan de wanden en overal wonderbaarlijke meubelen.

Een balkon keek uit over de via Roma. En toen liepen we door een park naar zee waar tante Mies en haar gevolg al onder hun parasol zaten. Maar wat kon mij het bommen. Ik dook in de diepblauwe golven en zwom. Ik keek naar het blauw van de hemel en genoot. In de middag van de tweede dag van onze reis van ­Amsterdam naar Ventimiglia waar we met vakantie gingen, bereikten we Lyon.

Dat is een stuk korter. En zo kwam het dat wij niet veel later op de Route Nationale 85 beter bekend als de Route Napoléon belandden. De Route Napoléon bleek geheel ­opgetrokken uit haarspeldbochten die klommen dan wel daalden en opmerkelijk vaak langs ravijnen voerden van het type waar Wim van Est een paar jaar eerder met gele trui en al was ingevallen, waarna zijn hart stilstond maar zijn Pontiac nog liep. Het was tien uur en al aardig donker toen mijn vader de handdoek in de ring gooide en na smeekbeden van mijn moeder terugreed naar het hotel waar we een half uur eerder langs waren gekomen.

Tweeënzestig jaar later vraag ik me nog altijd af of mijn vader echt dacht dat de Route Napoléon de kortste weg was. Ik heb zo mijn vermoedens. Het was vier uur in de morgen toen wij, uitgezwaaid door buren die speciaal waren opgestaan om ons te zien vertrekken, in onze Volkswagen de straat uitreden. Ik zat achterin naast de enorme tas die mijn moeder in de week die aan ons vertrek voorafging had gevuld met eindjes worst, gebraden kippenpoten, stukken kaas en kaas in plakjes, hardgekookte eieren, thermoskannen, een met thee en een met water, plakken chocola, zuurtjes, brood en broodjes, een broodplank, een broodmes en servetjes niet te vergeten.

Ons kon niets gebeuren. Over de verlaten wegen reden we met honderd kilometer in het uur naar het zuiden.

Dat twaalf uur per dag maakt zevenhonderd kilometer. Morgenavond zijn we in Ventimielja. Vlak voor de Belgische grens maakte zich een euforische opwinding van mij meester, zo meteen was ik in het buitenland, het buitenland, wie kon me dat nazeggen, Loekie niet, Rob niet, en Fred en Hendrik-Jan al helemaal niet. Een stempel in mijn paspoort en er kwamen er meer. En vanavond sliepen we in een hotel! Drie jaar achter elkaar ging ik naar de vakantiekolonie van de speeltuinvereniging Amsterdam-Zuid in Valkeveen, maar de derde keer was de rek eruit.

Op 23 juli stuurde ik een briefkaart naar mijn vader en moeder die in de Cercle Hollandais in Antibes verbleven. De stemming is hier niet al te best, dus heb ik geen erge pretttige vacantie, en dus nooit meer, volgend jaar ga ik maar liever mee Uw weet zeker wel dat Wagtmans zins Dinsdag de trui kwijt is en 5de staat.

En Nolten staat 7de. Het is wel jammer maar de postzegel heb ik al. De groeten van Guus. Hij verloor twintig minuten en zou later opgeven. Louison Bobet won de Tour, Jan Nolte werd 14de. Tot zover de statistieken. Ik ging weer naar school, naar de vijfde klas, waar ik vanaf dag een verwikkeld raakte in een loopgraven oorlog met de nieuwe onderwijzer.

Thuis wachtte ik de berichten af van het vakantiefront. Nee, en ook niet naar mijn opa en oma, ik wilde met mijn vader en moeder op vakantie, punt uit. Ergens in het voorjaar kwam het goede nieuws, we gingen naar Italië, met de auto. Het slechte nieuws was, dat de verschrikkelijke tante Mies en haar man en hun slome zoontje en zijn oppas ook meegingen, maar evenzogoed, we gingen naar Italië, waar ze ook een Rivièra hadden, we gingen naar Ventimiglia.

Wat is de Jan Luijkenstraat toch een heerlijke straat. Een langgerekte oase van stilte die de altijd drukke Stadhouderskade met de Van Baerlestraat verbindt.

Een oase met kinderstemmen bovendien, en dat is nog beter, want mooier dan kinderstemmen in de stilte is er niet. Wie mij hier ziet gaan, zal allicht denken dat ik ­zomaar wat aan het flaneren ben en dat is ook zo, maar niet helemaal. Voor de Rijkspostspaarbank pak ik een tram die ik twee haltes later weer verlaat. Even later sta ik in de kar van Jan de Haringman, waar ik bij mevrouw Jan vier ­haringen bestel die Jan dan voor me gaat schoonmaken.

Voor de toonbank zit een al wat oudere man met een plastic vorkje iets te eten uit een plastic bakje. Ze kijkt in de vitrine en zegt: Ik dacht dat jullie dat niet verkochten. Ik zal het straks in de flat meteen vertellen. Zo worden twee straten tot een lange allee. Het terras van de Cotton Club is als het terras van alle cafés rond de Nieuwmarkt.

Je zit lekker in de ruimte, je kijkt uit op Waag en Geldersekade, op de drukte van het plein en het leuke Brederodebeeld, waarop zijn Spaanschen Brabander een dame van lichte zeden probeert te kussen. Een lekker biertje erbij en mij kan niks gebeuren. Maar na dat biertje wil ik toch naar binnen, naar de Cotton Club zoals hij was en nog altijd is, met een bar die geen einde lijkt te ­nemen, de spiegels en tafeltjes langs de wand, de pooltafel ­achterin en de plafondschilde-ringen niet te vergeten.

Ik heb ­altijd gedacht dat ze uit de Cobratijd stammen en dat denk ik nog steeds. Als ik omhoog kijk naar de bloedrode zon die daar schijnt, glip ik het verleden binnen en zie ik aan het einde van de bar Ome Frits zitten die alles in de gaten houdt. Er wordt gegokt en gerookt en uit de jukebox komt pikzwarte soul. Het loopt tegen tienen als de sterke man binnenkomt. Hij is blind en wordt geleid door zijn zoontje, dat een jaar of dertien is. Hij heeft het bovenlijf ontbloot en laat zien wat sterke mannen zoal kunnen met een spanveer.

Nadat de jongen met de pet is rond ­gegaan, wordt aan de bar uitbundig muziek gemaakt met allerlei ­raspen en trommels. En Annie brengt me nog een biertje. Juffrouw Annie, zoals ik haar noemde, was voor mij de Cotton Club, vijftig jaar lang. Ze overleed op haar tachtigste. Op de avond voor de begrafenis lag Annie opgebaard in een zaaltje achter het ­café. Ik zat aan de bar en wist ­nergens van. Af en toe riep mijn moeder uit de keuken: Dik Trom en zijn dorpsgenoten las ik omdat ik eerder op de dag Uit het leven van Dik Trom had gelezen.

Wat me ernstig ­tegenviel, terwijl ik me Dik Trom en zijn dorpsgenoten herinnerde als een meesterwerk. Misschien heeft u het niet ­paraat, maar in Dorpsgenoten draait het om Nelly, Diks buurmeisje dat blind is en daarom niet kan zien.

Al in het tweede hoofdstuk raakt Dik ons in de ziel door ongezien zijn worst, waar hij zo dol op is, op het bord van het arme meisje te schuiven. Later zorgt hij ervoor dat ze mee mag op schoolreisje naar Wijk aan Zee. Aldaar wordt Dik gewezen op professor Donders uit Utrecht van wie Dik weet dat hij blinden vaak weer ziende maken kan. Dik neemt Nelly bij de hand en mee naar de beroemde geleerde tot wie hij de volgende woorden richt: Wilt u haar ook beter maken? Als meisje geleerd, zoals alle jongens en meisjes vroeger dat deden.

Voor je het weet, kan het niet meer, ik doe het dus voor het te laat is. Maar eerst de nodige voorbereidingen, want deze expeditie kan even duren. Potje met goede humeur? Flesje met spraakwater, ja, ja, ja, nou, goede prijs dan! Te voet begeef ik mij door het Vondelpark naar het beginpunt van de reis, de halte van lijn 1 richting stad op de hoek van Overtoom en Jan Pieter Heije.

De tram moet van heel ver komen, het einde van de wereld zo ongeveer, dus dat ik een tijdje op de halte sta, verbaast me niet. Maar daar is ie, lijn 1 naar het Leidseplein, met die lekkere bocht bij het Leidse Bosje. Op het Leideseplein stap ik over op lijn 2 richting Nieuw Sloten. Op naar het Rijks, het Van Gogh en het Stedelijk waar ik, niet vergeten uit te checken, uitstap en naar de halte van de 3 loop. Die er meteen aankomt. Ik heb dit altijd al eens willen doen, en ik moet zeggen, het valt niet tegen.

Waar het plezier precies in zit, kan ik niet zeggen, maar in ieder geval rij ik heel anders door de stad dan ik ooit gedaan heb. Bij de Van Wou, u raadt het, is het weer overstappen geblazen, voor een lekker lang ritje met de 4, helemaal naar het Centraal Station. Ik ben nu twee uur onderweg en ik zou, overweeg ik als ik op de halte van de 5 sta, er snel een kunnen kopen, bij de Ster bijvoorbeeld, of de Flying Dutchman aan de overkant, waar ik nog nooit geweest ben.

Maar gelukkig, daar is de 5 en ik weet waar die mij brengen zal. Hij was me nog niet voorbij of hij maakte voor het torentje van het Gerrit van der Veen College een draai naar de linker weghelft en stoof toen plankgas achteruit om in te parkeren. De jongen die de auto bestuurde, deed dat door met de palm van zijn hand in een cirkelbeweging over het hart van het stuur te draaien. Jongens van een zekere leeftijd kunnen dat. De jongen in de auto is haar vriendje, dacht ik en omdat ik wilde weten of dat inderdaad zo was, stapte ik af en wendde voor de rozen in het perkje te bewonderen.

De jongen in de auto was haar vriendje. Alles bij het oude dus, al kwamen wij indertijd op de fiets om onze vriendinnen op te halen. Tien jaar eerder, in het begin van de jaren vijftig, stonden er geen jongens voor school en als er een feestje was en het was de bedoeling dat er gedanst werd, werden de jongens van Zeevaartschool in Den Helder uitgenodigd. Ik slaagde, maar had na die ondervraging geen zin meer in het feestje, wat me door Elsbeth zeer kwalijk werd genomen. Op het Azartplein, waar zoals iedereen weet Amphitrite op haar hippocampus uit een ­vijver oprijst terwijl zoonlief niet onverdienstelijk de hoorn bespeelt, keek ik naar het Lloyd Hotel.

Onlangs werd café Helmers in de Bilderdijkstraat gesloten en het aardige is dat het heropend weer café Helmers heet, met dezelfde letters op de ruit, maar anders van binnen. Zo heet het Lloyd Hotel nog altijd Lloyd Hotel, maar nu omdat het een hotel is en vroeger omdat het een gevangenis was en daarvoor een hotel.

Een eindje verderop, langs de Veemkade, ligt een cruiseschip afgemeerd. Goed kijken, Guus, maan ik mezelf, want binnenkort komen ze hier niet meer. Ik vond die cruiseschepen altijd aardige dingen, met die spuitende slepertjes voor en achter als ze de haven binnenvoeren, maar het schijnt dat er duizenden passagiers op zitten die de binnenstad onveilig maken. De schepen worden nu naar het westelijk havengebied verbannen, waar de passagiers gaan passagieren op de Transformatorweg, waarmee dat probleem ook weer is opgelost.

Op de Levantkade heeft de storm van vannacht een ware slachting onder de stokrozen aangericht. Twee meter hoge bloemen liggen geknakt voorover, sommige met wortel en tak tussen de tegels vandaan gerukt. Tjeerd, Theo, Ronald, Corry, zie ze zweven. Tim vertelt me dat er een programma is dat gesproken taal omzet in geschreven woorden. Sidney Bechet die ook aan boord was, zei later: Ik had eens een leuke vriendin met wie ik graag Lollipop zong, bij voorkeur op de fiets: In de herfst van dat jaar, denk ik, een herfst die ook de herfst van onze liefde zou blijken, had ik twee kaartjes bemachtigd voor een concert van Art Blakey en de Jazz Messengers, dat plaats vond in een uitverkocht Concertgebouw.

Maar mijn vriendin wou niet mee, want diezelfde avond trad Sidney Bechet op in Carré en daar wilde ze met alle geweld naartoe omdat ze Sidney Bechet zijn handtekening wilde vragen. Voor straf nodigde ik haar leuke moeder mee die het prachtig vond met mij een jazzconcert te bezoeken.

Toen zij overleed, vertelde ik mijn vriendin van toen over die avond met haar moeder. Daar wist ze niets van, of was ze het vergeten? En, o ja, het was geen concert van Sidney Bechet ­geweest waar ze naartoe ging, maar van Benny Goodman. Soms heb ik heimwee naar Caïro waar ik lang geleden nooit naartoe ging om Oum Kalsoum te horen zingen. Amsterdamse jongens pissen nooit alleen. Als je in het café aankondigde dat je ging pissen, ging er altijd iemand mee.

Als er buiten werd gepist wegens file bij de wc, stond je vaak met zijn zessen langs de gracht bruisende gaten te prikken in het donkere ­water. Er werden daar lacherige gesprekken gevoerd, vaak over het vrouwelijk schoon in het café en uitgeplast had iedereen weer dorst gekregen.

Dus gauw naar binnen toe en kijken hoe het verder ging. Het had wel wat, maar het mag niet meer zoals zoveel niet. Wel is er een monument voor de Onbekende Wildplasser verrezen. Het staat aan de sloot langs de sportvelden van Arsenal aan het IJsbaanpad, het beeld van een morsige oude man die het vanuit de geopende broek dag en nacht laat klateren.

Hij staat met zijn rug naar het sportveld toe en plast de voorbijganger recht in het gezicht, een onaangenaam schouwspel, temeer daar al dat plassen voor grote vieze vlekken rond de gulp heeft gezorgd. Liever dan deze vieze oude man is mij het vier, misschien vijf jaar oude jongetje dat ik in de Cliostraat onder het wakend oog van zijn moeder in een geveltuintje zag wateren, de korte broek op zijn enkels, de billen bloot.

Maar het mooiste plasje behoort toch mijn geliefde. Ze deed het in Porto, boven aan een hoge stenen trap met uitzicht op de stad en de Atlantische Oceaan, in de schaduw van een kathedraal. Nadat we de afdaling hadden ingezet, zag ik na enkele treden hoe het plasje ons inhaalde en vervolgens met ons mee liep, tree na tree na tree, gleed het langzaam met ons mee. Midden in het plantsoentje staat op een stervormig voetstuk een enorme stenen bol. Wie om de bol heenloopt krijgt vier teksten te zien: Ik fiets onder de poort van de ­Carillonstraat door en beland in de glinstering van edelstenen, ­saffier, granaat, topaas, robijn, smaragd, om tenslotte te parkeren bij een broodjeswinkel op de hoek van de Van Wou en de Lutmastraat.

Op het smalle terras zitten vier Marokkaans-Nederlandse jongens aan de koffie verkeerd en de smoothies met een broodje erbij. Een van de jongens vertelt een verhaal, dat hij met een uitbundige pantomime illustreert. De jongen spreekt prima Nederlands, ik versta hem woord voor woord, maar wat hij zegt begrijp ik niet merkwaardig genoeg, het is of ik de voorwaarden van een verzekeringspolis zit te lezen.

De andere jongens lachen, waarop het hele toneelstuk nog een keer wordt ­opgevoerd. Deze keer lach ik mee. Vlak voorbij de ingang van de Markthallen ligt langs de Jan van Galenstraat een naamloos stukje water. Er liggen een paar mooie woonschepen en er staat een groot billboard waarop wordt beloofd dat ze binnenkort alles gaan verpesten met nieuwbouw.

Een elegant ijzeren bruggetje voor fietsers en wandelaars verbindt de twee oevers. Toen dat bruggetje er nog niet was, was er heel lang niks en daarvoor een pontje. Zo sprak ik ­onlangs iemand wiens vader een handel in hondentrimartikelen dreef. Ook zijn er fabriekjes in ­leverpastei, maar het Groot ­Amsterdams Pontjes Boek bestaat niet, geloof ik. Het pontje aan de Jan van Galen kan ik me nauwelijks herinneren.

Dat zal komen doordat de oversteek nog geen minuut geduurd kan hebben. Het pontje waarmee je de Amstel overstak naar de ­Omval met zijn watertoren en zijn gashouder was van een andere ­categorie. In de bocht van de rivier waande je je op volle zee, wat ik leuk vond, met name omdat ik wist dat de oever nooit ver weg was. Er was een pontje over de Schinkel, en verderop een pontje over de Nieuwe Meer en nog verderop een pontje over de Ringvaart.

Over het Merwedekanaal bij Diemen ging het pontje aller pontjes, dat luisterde naar de naam Vadertje Langbeen. Ik ben er eens wezen kijken met mijn vader. Vadertje Langbeen was een veerwagen of railpont en voer niet, maar reed, over rails op de bodem van het ­kanaal. De pont gleed over het ­water of hij met het water niet van doen had. En dan had je nog de pont transbordeur, een pontje dat over het water zweeft.

De hoogste tijd voor een boek over pontjes. Zonder dat ik het in de ­gaten had, is er aan de schaduwzijde van het Rokin een lange eet- en drinkboulevard ontstaan met enorme eenheidsparasollen die zich slechts van elkaar onderscheiden door de naam van de zaak die ze drooghouden, Metropolitain, Tinner, café de Paris, het Groene Paleis.

Was dat niet een bordeel? Ja, maar dat is lang geleden. Wat me iedere keer verbaast, is dat het overal druk is. Aan de tafels onder de parasollen op het Rokin, bij de strandstoelen, bij Madama Tussaud, op de Dam. Ik stak de Dam over en bereikte, behendig tussen de toeristen door manoeuvrerend, de Zoutsteeg. Maar gelukkig, daar zag ik de haringvlag al wapperen. Hij kwam eens een middagje invallen voor een zieke maat en is toen gebleven, zoals die dingen gaan.

Bij mijn ­geboorte had ik al geen haast. We waren het weer helemaal eens met elkaar. We herinneren ons meer dan we ons denken te herinneren. Toen ik de herinneringen aan mijn eerste zes ­levensjaren in kaart bracht, bleek dat keer op keer. Het is een kwestie van geduld, ontdekte ik, maar heb je eenmaal een spoor dan zal de herinnering vroeg of laat boven komen drijven.

Deze keer ging het om autootjes. Ze moesten opgewonden met een sleuteltje, herinnerde ik me, maar er was meer.

Reden ze op rails? Ik probeerde me de verpakking voor de geest te halen, het specifieke geluid dat ze maakten, maar het lukte niet. Petertje, het goedaardige zoontje van mijn verschrikkelijke tante Mies, had een speelkamer vol spullen. Hij had een tafelvoetbal en pingpongbatjes, bouwdozen die ik me herinner als een voorloper van playmobiel en een heuse Schucobaan. Op mijn favoriete plaatje zat Kuifje in een riksja die getrokken werd door een Chinees. Als ik in de Runstraat in een file ­terecht kom, sta ik plotseling ­ tegenover een fietstaxi waarin drie Chinezen zitten.

Ik schiet in de lach, niet om de Chinezen, maar om het Kuifje dat de riksja trekt. Waar ik heen ging, zeg ik niet, maar op de heenweg fietste ik langs de nieuwe gemeenteklok op de hoek van ­Stadionweg en Beethovenstraat.

Ik dacht dat de gemeenteklok aan het verdwijnen was, maar hij is aan een glorieuze comeback­ ­begonnen. Schippers eens op het Rembrandtplein liet plaatsen en die allemaal een foute tijd aanwezen. Waar zijn ze gebleven trouwens, die klokken, en waar is de reusachtige blauwe stoel die hij in het Vondelpark neerzette? De nieuwe gemeenteklok is elegant, slank, met een diep rood randje rondom en drie al even ­rode andreaskruisjes op de wijzerplaat. Ik kan niet wachten tot hij ook op andere plaatsen in de stad zijn gezicht laat zien.

Meestal zit het tegen, maar soms zit het mee. Tot zover de heenweg en nu ­terug. Ik rijd regelmatig langs de route en wat me opviel, is dat de bezoekers die met een routebeschrijving in de hand langs de beelden lopen het monument voor de gefusilleerde verzetsstrijders van Jan Havermans zonder uitzondering negeren. Ze lopen er langs of het er niet staat.

Dat maakt nieuwsgierig naar de routebeschrijving, en ­inderdaad, het beeld van Havermans staat niet op de kaart en is er dus ook niet. Maar bij het Conservatorium Hotel, op de hoek van de Van Baerle en de Paulus Potterstraat, staat, ook in het kader van ArtZuid, een beeld van Cristóbal ­Gabarrón de stad flink op te ­fleuren.

De man stond op de hoek van de Frans Hals en de Quellijnstraat. Hij droeg een zwart pak en gele schoenen, er stak een witte bloem uit een knoopsgat en zijn overhemd was roze. Hij leek een beetje op Sammy ­Davis Jr. Hij verplaatste zijn voeten en draaide met zijn heupen, een tegel was hem genoeg. De avond tevoren had ik een lang vergeten boek over Eduard Jacobs in de boekenkast gevonden. Met stijgende verbazing had ik zijn liedjes gelezen over de Ruysdaelkade, de Ceintuurbaan, buurt YY: Er was me nooit iets bijzonders opgevallen aan het adres en dus ging ik eens kijken.

De nummers 60 tot en met 66 bleken in beslag genomen door een keurig schooltje. Ik was de Rosmarijnsteeg ingelopen om eens te kijken hoe de ­zaken staan. Antiquariaat Straat heet nu Wind en ze verkopen horloges en jurken. Het was droog en ik maakte van de gelegenheid gebruik om neer te strijken op het terras van Broodje Bert.

Ik bestelde een broodje oude kaas en een koffie verkeerd die eenmaal op mijn tafeltje in een latte en een sandwich old cheese veranderd bleken. Een en ander smaakte er niet minder om. Op de fiets naar huis begon het weer te motten. In der Vijzelstraat reed ik achter een moslima die een mij onbekend type hoofddoek droeg.

De Turkse doek herken ik, net als de Marokkaanse, de Indonesische en de Afrikaanse, maar deze had ik nog niet. Bij de Weteringschans hield het op met regenen. Het meisje zette haar ­capuchon af, en veranderde zo van een moslima in een ongelovige.

In het oorlogsdagboek van Hanny Michaelis kwam de Kattenbak Centrale langs. Meteen klapte er een kattenluikje open waardoor het bijbehorende lied naar binnen glipte. Een paar dagen later zaten we in het Westerpark op een picknicklaken tussen de hapjes en de drankjes en maakte ik me op om het lied voor de aanwezigen ten gehore te brengen.

Ik hief de stemvork en daar ging ie: Toen ik uitgezongen was, nam een vriendin het over en zij zong: Maar de moderne techniek bracht uitkomst en even later zong Gonda, met haar zusje op de speaker: Zoutvaatje in het midden en aan weerskanten een ei, hardgekookt, hoewel je dat op de foto niet zien kunt natuurlijk. Eddy Posthuma de Boer vertelde me eens over een Nederlander in zijn kennissenkring die al jaren in Frankrijk kampeert zonder ooit een woord Frans te hebben ­geleerd.

Als hij eieren nodig heeft, gaat hij naar de boer en zegt: Maar het perfecte eierrekje bleek wel degelijk te bestaan. Het stond op de bar van café Bos aan de Amstelveense weg. Na enkele inleidende manoeuvres zei de barjuffrouw: Een paar weken later zaten we bij Sarphaat en dronk ik met uitzicht op het park een borrel uit het volmaakte borrelglaasje.

De volgende dag troffen ze elkaar dan zeg om half elf bij de Vami in de Kalverstraat, waar de dienstertjes een schortje droegen en een kapje in hun haar.

Vandaag de dag is een afspraak maken een stuk ingewikkelder, maar soms lukt het en zo kon het gebeuren dat mijn vriend en ik ­elkaar op een zonnige zaterdagmiddag troffen op het eindpunt van lijn 3 in Oost. Nou ja, dat kwam volgende keer dan wel. Ik heb deze wandeling vaak ­gemaakt, maar altijd voel ik me een ontdekkingsreiziger die onbekend gebied betreedt. Alles lijkt nieuw iedere keer. Het smalle voetpad met uitzicht op IJ en Buiten-IJ, de skyline van de stad en de heerlijke sluizen, waar je zomaar over de sluisdeuren heen mag ­lopen en als er geschut wordt het water stromen ziet.

Als jongen van tien kwam ik hier voor het eerst. Er lijkt weinig veranderd. Maar het Hoyerpad was er toen nog niet en Hoyer leefde nog, in Nescio, die toen, meen ik, op de Linnaeushof woonde en er vaak op uit trok.

Op 30 december noteerde hij: Op een dag vond ik in een bak van een antiquariaat dat ik met enige ­regelmaat bezoek een groot aantal dichtbundels, allemaal, zo ontdekte ik al snel, ­afkomstig uit de nalatenschap van de eens alom gevreesde poëziecriticus Rein Bloem, die zelf ook versjes schreef, maar dat, die dingen gebeuren, stelde niet veel voor. Zo wist Rudy Kousbroek precies hoe je een roman moest schrijven. Hij heeft het Gerard Reve nog eens haarfijn uitgelegd, maar zelf kon hij het niet.

Hij heeft zelfs nooit een boek geschreven, een boek ­bedoel ik, dat niet bestond uit eerder in de krant verschenen stukjes. Hugo Brandt Corstius was wat dat betreft van hetzelfde laken een pak, maar dit alles geheel terzijde.

In de bak met nalatenschap van Rein Bloem trof ik onder meer Klein Voorspel, de debuutbundel van Hanny Michaelis, en Slechts de namen der grote drinkers leven voort van Riekus Waskowsky.

Van beide dichters heb ik het verzameld werk al jaren in de kast, die bundels hoefde ik dus niet te ­kopen, maar ik deed het lekker toch. Toen ik weer thuis de bundels ­inkeek, gebeurde er iets merkwaardigs. Het was of de gedichten die ik las andere gedichten waren dan dezelfde gedichten in het verzameld werk. De verzen leken bevrijd, ze hadden zichzelf afgestoft en toonden zich vers als een fonkelende atalanta net uit zijn pop.

Sindsdien weet ik wat ik zoek in de boekenbakken van de stad, de bundels van Nijhoff, van Lucebert, van Van Ostaijen en in die bundels zoek ik de verzen die zich tot dan toe schuil hielden: De kortste weg naar Theater Bellevue voert door de P. Hooft, waar we achter een groep toeristen terecht kwamen die zwalkend achter hun aanvoerder aan fietsten. Bij Bellevue zag het zwart van de familie van de kinderen van groep 8 van Montessorischool De Jordaan die voor ons hun afscheidsmusical gingen ­opvoeren.

Waar het hart van vol is… Laat me volstaan te zeggen dat het prachtig was. Er werd vol overgave gedanst, gezongen, geplaybackt en de grappen waren niet van de lucht, waarbij ik het hardst moest lachen om het jongetje dat in zijn rol van wiskundeleraar kwam zeggen dat Pythagoras was overleden.

Dat Anne Frank werd herdacht met een prachtig gezongen lied konden we ook zeer waarderen. Onze eigen kleindochter was een succès fou zoals u zult begrijpen, zoals u het ook niet zal verbazen dat de ontroerde grootouders het nauwelijks droog hielden.

Ik zit nog in groep 7. De grootmoeder van de andere kant bewaarde geen enkele herinnering aan een voorstelling en op de school van mijn vrouw deden ze niet aan dat soort frivoliteiten, een hand van de meester, dat was het.

Zelf had ik in ons­ ­toneelstukje de rol van Pukkel gespeeld. Na het afrekenen ging ik plassen. Het viel niet mee om het te vinden, maar voor het eerst heb ik transgender gepist. Als je van de Olympiaweg het Olympiaplein op gaat in de richting van de Apollolaan kom je langs een rijtje huizen met een tuin ervoor en in iedere tuin een boompje. Tot voor kort dacht ik dat het knotwilgen waren, maar dat is niet zo. Wat het wel zijn, weet ik niet. Altijd als ik langs die huizen kom, denk ik aan Elke van Splunter, een meisje dat hier woonde in de jaren zestig van de vorige eeuw.

En altijd als ik aan Elke van Splunter denk, vraag ik me af waar ze gebleven is en neem ik me voor dat uit te zoeken. Een eindje verderop, bij het Van Heutsz-monument denk ik aan Paula Box, met wie ik in het najaar van , na een klasseavond bij Bart Wuite in de Harmoniehof, op de trappen van het Van Heutsz-monument heb staan, heb zitten zoenen.

De stad is vol dwanggedachten. Nader ik station Sloterdijk, dan verdringen ze elkaar en buitelen over elkaar heen in hun poging mijn aandacht te trekken.

Soms waren we wel met zijn dertigen, en hoe het kan, weet ik niet, maar we kwamen altijd weg. Een paar jaar eerder, toen we nog op de lagere school zaten, gingen we naar de Coca Cola-fabriek om naar de lopende band te kijken,waarop de flesjes gevuld en gedopt werden.

Het verhaal ging dat er wel eens een man naar buiten kwam van wie je dan een flesje Cola kreeg. Maar meegemaakt heb ik dat niet. Zoals bekend is de smartphone voor de al wat ­oudere medemens een van de grote mysteriën van het leven.

Wat vroeger God was, is nu de telefoon. Mensen zijn er de Godganse dag mee in de weer, maar met wat ze precies uitvoeren, daar kom je niet achter. Ik probeer weleens informatie in te winnen, maar je wordt afgescheept met vage verhalen, over geheimzinnige instituten die bezocht dienen te worden, berichten die op ondoorgrondelijke wijze verzonden worden en die dan tot tegenberichten leiden, een en ­ander vaak in groepsverband.

Maar hoe zit het omgekeerd, vroeg ik me laatst af. Vraagt de smartphonegebruiker die tegenover mij zit te duimen zich af wat ik met mijn lege handen te niksen zit? Het moet heel raar voor hem zijn iemand te zien die naar de ­wereld kijkt zonder die wereld meteen vast te willen leggen op een schermpje.

Intussen zit hij op zijn telefoon en vraag ik mij af welk snedig antwoord Nelly Frijda gaf toen Alies uit Ermelo die mijn haar knipt en met wie ik altijd zo gezellig praat, haar vroeg of ze Nelly Frijda was. Alies heeft het me verteld, maar ik weet het niet meer, ik ben het vergeten. Maar dankzij Jack Spijkerman weet ik wel wat Gerard Cox zei toen de benzinepomphouder bij wie hij net getankt had, tegen hem zei: U komt me bekend voor.

Waarop de man antwoordde: Op de Jozef Israëlskade deed het zonlicht pijn aan je ogen, maar vanuit de schaduw op de Amstelkade zag het er zomers uit. Ik was lekker langzaam aan het fietsen, tevreden met alles en ­iedereen.

Met de mannen die aan hun bootjes klusten, met de twee vrouwen die voor een open deur met elkaar stonden te praten, de ene met in haar armen een enorme hortensia die rood in bloei stond, met het vooruitzicht van het uitzicht over de plas water dat zich zo dadelijk aan mij ging openbaren. Aan de tafel aan het water zaten twee mannen koffie te drinken. We groetten elkaar als waren we dorpelingen. Om de hoek, waar het Muzenplein overgaat in de Churchillaanlaan, staat een zes meter hoog marmeren beeld, Verschuivingen van Ben Guntenaar.

Op dat beeld staat, zoals wij van Het Parool allemaal weten, sinds een paar maanden King Kong met een speelvliegtuig te zwaaien. Tot voor kort kreeg ik hier altijd heimwee naar de zonnewijzer, maar van King Kong is Verschuivingen enorm opgeknapt, stelde ik vast. Kong staat precies goed, alsof hij er altijd al geweest is. En op dat moment zag ik een theelepeltje liggen. Een theelepeltje, dacht ik. Mijn eerste impuls was afstappen om het theelepeltje op te rapen en in mijn zak te steken, want een theelepeltje, zeg nou zelf, komt altijd van pas en van theelepeltjes kan je er nooit genoeg hebben.

Maar gelukkig wist ik me te ­beheersen, want ik weet hoe het gaat, het begint met een theelepeltje, maar binnen de kortste keren sleep je aan een touwtje een magneet achter je aan en heb je een karretje achter je fiets hangen om de gevonden voorwerpen op te slaan. In oktober gingen wij voor een korte vakantie naar Malmédy. Aan de vooravond van ons vertrek begaf ik mij naar het Rokin om bij Allert de Lange een boek te kopen.

In Malmédy sloeg ik het boek open en ik las: En ik maakte mijn begin met Pride and Prejudice, waarin Elizabeth Bennet de hoofden voor altijd op hol brengt. Wat een heldin, wat een boek, wat een schrijver. Op 16 december werd gevierd dat het tweehonderd jaar geleden was dat Jane Austen was geboren. Ik dacht aan de schrijfster als baby en vanaf dat moment heb ik haar altijd in de buurt ­gehouden, als kind, als meisje, als jonge vrouw, als schrijver.

Eenenveertig jaar lang, van haar geboorte tot haar sterven op 18 juli , vandaag tweehonderd jaar geleden. Wie nu naar de Portrait Gallery in Londen gaat om het door haar zuster Cassandra getekende portret te bekijken, betreedt een donkere kamer, waar hij heel even een lichtje mag laten schijnen.

Ik kende al iemand die een Nana van Niki de Saint Phalle stuk had laten vallen en nu blijk ik ook nog iemand te kennen die een Keith Haring heeft kwijtgemaakt. In de tram laten staan. Zelf heb ik eens een vijftienliter bonbonnetje wijn uit de Roussillon in de 13 laten staan. We hadden het meegebracht voor Dikke Willem, een schimmige belastingadviseur die zijn diensten graag in producten kreeg uitbetaald. Dat zou niet lukken deze keer, want dat bonbonnetje was weg en kwam niet terug natuurlijk.

Na dat ene glaasje volgden er meer en het einde van het liedje was dat toen Dikke Willem aankondigde dat hij zijn bonbonnetje kwam halen, het bonbonnetje in kwestie leeg was. Goede raad was duur en dus begaven we ons naar de Hema waar we twintig flessen goedkope wijn kochten die we vervolgens, o schande, in het bonbonnetje overgoten. Maar die Keith Haring was weg en bleef weg.

Dit in tegenstelling tot die andere Keith Haring die weg is, want die is wel weg, maar hij is er wel. Het is een giraffe en Haring schilderde hem op een doosvormig gebouw dat op het terrein van de Markthallen staat. Ik ging vaak naar de Willem de Zwijgerlaan om ernaar te kijken, en ineens was hij weg. Verdwenen onder een betimmering. Als het stil is op de Willem de Zwijgerlaan kun je de giraffe horen zuchten. De ­Engelsen zouden het Centraal Station in elkaar gooien. De spoorwegarbeiders zouden staken.

De invasie zou net op het laatste moment plaats hebben. Zij had niet plaats.



Vrouw met grote dildo slet met dikke tieten

  • Acteur gezocht pijpdate gezocht
  • Dikke slet neuken escort zuid holland
  • 265
  • Sex ede tiener neukt oma





Rijpe hoeren meiden die zich uitkleden


Het laatste beetje Cuba. Op de de set bij SpangaS! De nieuwe presentator van Puberruil XL: Examen voor de brommer. Op de set bij SpangaS: Het Schnitzelparadijs - de serie. Was ik vroeger ook zo? Spanje en 't ziekenhuis? Mijn appels en ik. Strengere eisen voor het examen.

Lekker dan, als iedereen zo beroemd denkt te worden Ik moet me goed scheren voor we een scene schieten! Concierge van het jaar! Van Gogh verlicht de pijn. Burenruzie of gezellig bbqen in The Sims 2 Appartementsleven.

Te moe, te lui of gelukkig. Talk like a pirate, arrh! For the love of God. Thuis of in de kluis De apen van De Jeugd van Tegenwoordig. De laatste tien uur. Welcome to the land of security? De stom-aan-jongens Top Iemand trek in technicolor-spaghetti? Plakken als een gekko. Trick Or Treat in New York. Laatkomers naar Bureau Halt. De ene vodou is de andere voodoo niet. So you think you can dance? Kamelenmelk is goed voor elk. Mijn fiets en ik. Coffeeshops weg van scholen? Vitamines op je Amerikaanse burger.

De trein, de reizigers en ik. Geen baan, veel banen. Vijf mannen in Romeo over Julia. Cause all you people are vampires Wordt frituurvet het nieuwe botox?

Jaar lang gratis kaas Slecht schoolgedrag, slecht levensgedrag. The Curious Case of Benjamin Button. Write Now verlengd tot 15 februari! Klieder je eigen Jackson Pollock. Stem op je favoriete boek! Valentijn een dag van de liefde, of toch? Lachen om een boek. Een kijkje in de keuken bij Toneelgroep Amsterdam.

The Seven of Daran. Balls of Steel in Nederland! What do you wish to happen, by the end of today? Pas op, een bok. De jeugd van tegenwoordig Confessions of a Shopaholic. Op school in Duitsland staat alles stil. Legitimeren tot 20, werkt dat?

Als je je toets toch al verpest, doe 't dan goed. Het drama in Duitsland: Warcraft is hypermodern schaken. Roos Werkeloos is pro-leerplicht. Chatten met een HPV-deskundige. Vragen en antwoorden van de HPV-vaccin deskundige. Arrestatie vanwege je Hyves-foto. Lerares doet het met.. De biggetjes van K.

Een week zonder vloek. Win PS3 game Pure. Tom Jetsen moet aan de seks. Zomervakantie verkorten, goed idee of? Brave scholier, waar zijt gij? Mijn vader is een detective. Brief aan mijn oude school. Facebook vrienden zijn echte vrienden. Lijk op het toilet op school? De Maatschappelijke Stage komt eraan! LAKS-voorzitter 17 klinkt niet als een scholier.

Hoe, wat en waar? Het raam uit met die tv. Geld voor goede cijfers. De Grote Zoektocht naar Ben Affleck en Matt Damon. Maria Mosterd klaagt ouwe school aan. Hei in de fik. Bikkelen op een Franse school. Duits in je vakkenpakket? De kop is eraf! De Noordse oorlog en de raarste klachten. Examen in een jeugdinrichting. Spieken met Amerikaanse cheat-tips. Vraag het aan Rob: Ik ben al klaar met mijn examens! De nieuwe Green Day. Dat verdient een bloemetje. Op bezoek bij de LAKS-klachtenlijn.

Niks is leuker dan een excursie. Welke landen horen bij de EU? Broodje kaas of kaasbroodje? De raarste klachten van Stelen om erbij te horen? Explosieven Opruimingsdienst op bezoek. Hersenen jongens uitgeput door mooi meisje. Geen privacy meer op school.

De leukste week van het jaar. Keine alcohol op Haagse scholen. De hoogste cijfers van Tofik Dibi wil jou!

Nienke kletst met Kluun. Nibud op ons forum. Visueel gehandicapt, in één keer geslaagd. High School Musical 3: Roken is niet cool meer. De jeugd van tegenwoordig.

Van scheiden komt spijbelen. Hoe overleef ik de zomervakantie? Laura mag nog niet. Hoe was jouw vakantie? Papa en mama neuken niet. Al 17 jaar samen met mijn vrouw. In het begin van onze relatie hadden we om de dag wel sex. Sinds de kinderen is dit max 1x per maand. Altijd is er wel een reden. Moe, niet lekker, drukke dag of menstruatie. Uiteraard heb ik altijd begrip voor de redenen. Zeker voor een paar. Maar het knaagt aan mij. Als ik erover begin dan denk ik volgens haar maar aan 1 ding, sex.

Dan houdt het gesprek erover ook altijd op. Uiteraard ga ik onbewust en ook bewust minder mijn best doen. Het komt er toch niet van. Als ik iets romantisch doe is de afsluiter ook zelden tot nooit sex. Ik hou heel veel van haar en zij van mij. Enkel op sexueel vlak vinden we elkaar niet. Soms hebben we zelfs ruzie dat ik niet vaak meer iets onderneem. Ik begin dan niet over sex want dan ben ik de sexmaniac. En ja ik zoek mijn trekken op andere plaatsen. Dat gaat me wat ver.

En zij weet dat wel. Houdt er niet van dat ik dat doe, maar wat dan? Ruim een maand niks doen daar beneden? Is voor mij te lang. Vreemdgaan gaat hem niet worden. Daar hou ik nog teveel voor van haar. Maar het knaagt wel aan mij. Want als ik zo eens andere lees ben ik niet de enige. Maar zou het toch wel wat vaker mogen. Ik begrijp dat je het hier moeilijk mee hebt. En dat je porno gebruikt om met jezelf te vrijen. Heb je die porno daarvoor echt nodig?

Dat je echt op je tekort zit en daar vervelend van wordt? Net zo goed als er ook altijd één partner is die meer wil praten dan de nadere, die meer behoefte heeft aan geestelijke intimiteit.

Het is belangrijk om daar op beide gebieden samen een weg in te vinden. Heb je verder wel eens aan je vrouw gevraagd wat zij nodig zou hebben om wel vaker met je te willen vrijen? Als zij dat weet, zouden jullie daar aan kunnen werken. De redenen zouden heel verschillend kunnen zijn: Er kan van alles aan de hand zijn. Hier samen serieus over praten is heel belangrijk. Moet ik mij zorgen maken? Ik ben 20 en mijn vriend 24 en zijn nu bijna 4 jaar samen. Laatst ben ik huilend het bed ingedoken, ik had mn sexy setje aan, hoge hakjes houd hij normaal wel van en ik liep naar beneden om hem te halen.

Als praten niet helpt. Als verleiden niet helpt.. Ik kan er echt niet meer tegen! Ik zou je eerst adviseren om een rustig moment uit te kiezen om hier over te praten. Dus niet als je zin hebt en hij niet wil. Dan is het gesprek bij voorbaat beladen.

Dus kies een ander moment en zeg tegen hem, dat je je zorgen maakt. Dat je het echt een probleem vindt worden. Dat je het er samen over wil hebben en geen genoegen neemt met een antwoord als: Als hij namelijk echt zo vaak te moe is, dan is het tijd om naar de dokter te gaan en te onderzoeken waar dat door komt.

Jullie zijn te jong om nu altijd al moe te zijn. Zoals beschreven in een ander blog: Zorg dat jullie dat samen uitzoeken. Maar ik zou het er zeker niet bij laten zitten. Mijn vrouw en ik zijn allebei 30 en al 7 jaar samen. Het probleem dat Lisa schets speelt ook bij ons. Mijn vrouw klaagt al een jaar dat ze niet vaak seks wil hebben. Ik wil het liefst elke dag, maar jammer genoeg is dit niet het geval. Waarom kláágt je vrouw daarover?

Vindt ze het misschien vervelend dat jij vaker wil dan zij en dat ze je dan teleur moet stellen? Dat komt in de beste relaties voor. Dus daar moet ieder stel mee om leren gaan. Door er met elkaar over te praten en een oplossing te vinden die bij jullie past.

Ik denk dat veel mannen niet genoeg moeite doen voor hun vrouw. Een vrouw heeft niet meteen zin en moet eerst opgewarmd worden. Als mijn man er alleen ff overheen zou gaan nou dan zou ik er ook niks aan vinden.

We hebben meestal 1 of 2x per week sex en ik vind dat prima. Ik ben bijna 30 jaar samen geweest met 1 partner. Hield van haar heb een gezin gehad met haar. We werkten beiden part-time. Ideaal zou je zeggen. In die opzichten wel. Ik bleef behoefte houden aan behalve mentaal ook fysiek contact. Na ieder kind werd haar behoefte iets minder. Toen het gezin compleet was, hoefde het niet meer. Als man ga je hieraan kapot. Praten en noem het maar op. De relatie liep stuk. Een scheiding als gevolg.

Ik heb inmiddels een nieuwe relatie ben hertrouwd. Ondanks onze beider leeftijd ruim in de 50, gedragen wij ons als een stel pubers. Meerdere keren sex per week tot meerdere keren per dag, afhankelijk van de situatie. De klik Is enorm. Ik ben echt gevoelsmens en ook. Of het komt dat zij buitenlandse Is weet ik niet, maar zo puur als dit heb ik niet eerder ervaren. Te jong te volwassen moeten zijn.

Onze treintjes hebben wat stations overgeslagen. Wellicht dat dit verkoelt in de loop der jaren, maar voorlopig genieten we er beiden met volle teugen van. Hoe groter de verschillen, hoe groter soms de aantrekkingskracht… en hoe groter soms ook de ergernissen. Fijn dat jullie er beiden van genieten.

En hopelijk kunnen jullie er ook mee om gaan, mocht de behoefte bij een van beiden langzamerhand wat afnemen…. We wonen niet samen en zien elkaar om de 2 weken een heel weekend en regelmatig een dag per week. Ik krijg na 3 jaar steeds meer het gevoel dat het alleen om de seks draait. Ik vind vrijen met hem heerlijk, maar na een keer of 3 op een dag wil ik ook weleens tegen hem aanliggen of in slaap vallen zonder dat er gesekst moet worden.

Het moet ook altijd vrij uitgebreid, ik denk dan we hebben het al twee keer uitgebreid gedaan vandaag, kunnen we er geen vluggertje van maken. Ik raak dan ook geïrriteerd tijdens de seks.

Ook vind ik dat de seks steeds ruwer wordt. Ik weet dat hij porno kijkt en dat vind ik totaal geen bezwaar, maar wel als alles uitgeprobeerd moet worden wat hij weer eens gezien hebt.

Bepaalde handelingen ervaar ik echt als onprettig. Ik hou echt van spel en variatie, maar ik vind het vervelend dat ik helemaal beurs ben na een weekend samen met hem. Ik praat met hem erover en dan zegt hij als je geen zin hebt geeft dat gewoon aan, maar als ik dat doe en dan hebben we al een paar keer gevreeën op een dag dan wordt hij kribbig.

Het lijkt me prima als jij je grens aangeeft. Want anders krijg je inderdaad genoeg van hem. Dus je moet het wel kunnen verdragen dat hij daar dan even van baalt. Als hij de rest van het weekend kribbig blíjft, hebben jullie een groter probleem. Dan wordt het tijd om hem te vragen wat de relatie en de seksualiteit daarbinnen voor hem betekent. Dat zijn overigen sowieso goede vragen om elkaar af en toe te stellen.

Seks heeft ook voor mannen vaak meestal een emotionele betekenis. Dat kan van alles zijn. Vraag hem ernaar op een rustig moment. Overigens heeft in geen enkele relatie iedere partner evenveel zin, behalve in de periode van verliefdheid. Dus je zult altijd samen tot een compromis moeten komen.

Sinds 2 jaar hebben we een relatie. In het eerste jaar was op sexueel gebied alles prima. Er waren geen taboes. Op een gegeven moment is er een kentering gekomen waardoor de frequentie sterk afnam. Van ongeveer keer per week naar weken lang niets. Een aantal dingen is mijn vriendin ook mee gestopt. Als dit al gebeurt want het is soms weken niets.

Ik heb geprobeerd dit bespreekbaar te maken maar als respons krijg ik, sex is niet belangrijk voor mij in een relatie en vind het ook niet leuk. Terwijl ik wel anders gezien heb hoe zij genoot een aantal maal. En verder is het onbespreekbaar. Voor mij is het zo onbevredigend dat ik overweeg naar betaalde sex te gaan. Ik heb er behoefte aan. Ik ben er door gefrustreerd en dit vertaald zich in een slechtere relatie.

Jouw probleem hoor ik vaker: En daar niet over willen praten. Met name dat laatste is lastig. Want dan valt er niets op te lossen. Ik vrees dat betaalde seks alleen je puur fysieke behoeften bevredigt… Misschien is dat uiteindelijk een oplossing, maar dan alleen als jullie samen uitgezocht hebben wat er aan de hand is, waarom je vriendin veranderd is in haar behoeften, wat dat zegt over jullie relatie, en als jullie gezamenlijk besloten hebben dat dit voor jullie de beste oplossing is.

Maar ik vrees dat het bij jou vooral boosheid en teleurstelling op gaat leveren. Kunnen jullie wél praten over àndere zaken? Of lukt dat ook niet? Je schrijft dat jullie het prima hadden op seksueel gebied. Maar vond zij dat ook? Hebben jullie het dáár samen over gehad? Vraag haar eens waarom ze er niet over wil praten? Ligt dat aan de manier waaróp jullie praten? Zijn het boze gesprekken?

Jouw vriendin en jij hebben allebei recht op jullie behoeften, maar je hebt niet bij voorbaat récht op de vervulling daarvan. In een relatie is het belangrijk dat je ieders behoeften erkent en legitimeert, hoe lastig ook. Vervolgens is het wel van belang — en ieders verantwoordelijkheid — dat je sámen kijkt naar hoe je dan met dat verschil in behoefte omgaat. Hoe je samen een oplossing of een vorm vindt, waar beiden zich gelukkig bij voelen. En als dat samen niet lukt, dan lijkt het me heel hard nodig om een relatietherapeut in te schakelen, die ook wat afweet van seksualiteit.

Of een seksuoloog, die ook veel afweet van relaties. Ik ben een vrouw van 52 jaar oud en weduwe. Met mijn partner die is overleden had ik een aantal keren per week sex, en over het algemeen genoot ik daar van en en zo nu en dan had ik sex omdat mijn partner graag wilde terwijl het van mijn kant niet perse hoefde.

Nu heb ik een vriend sinds 2 jaar en we zien elkaar elk weekend. Op een gegeven moment zullen we gaan samenwonen. Vanaf het moment dat we elkaar leerde kennen was het meteen raak, geestelijk en fysiek. We houden enorm veel van elkaar en hebben meerdere maken sex met elkaar tijdens een weekend. Ik geniet nu nog meer van sex, waarschijnlijk omdat ik ouder ben, een verlieservaring heb, heel veel van hem houd wederzijds etc. Ik zorg goed voor mijn lichaam, durf mezelf te zijn en durf nieuwe dingen op sexueel gebied.

We nemen ook echt de tijd voor sex. We gaan liever eerder naar boven dan voor de tv hangen bijv. Ik stuurde vaak voor de lol een telegram om het in gedachten te volgen op zijn avontuurlijke reis. Er stonden ook tafels waaraan je plaats kon nemen om een brief te schrijven of zomaar wat te zitten. Het viel niet te ontkennen. Weer op straat raakte ik in gesprek met een jongetje met een masker dat hem als hij het opzette in Zorro veranderde.

Toen ik het poortje naar de binnentuin binnenging, rende hij naar zijn moeder en riep: Ik wil niet opscheppen, maar mooi dat ik wel een van de weinige mensen ben die ­zowel Lubbert van Gortel als Drika hebben gekend. Dat komt doordat ik een op een personeelsfeestje ben geweest waar ze allebei optraden. Het feestje vond plaats op de Bep Glasius, het vlaggenschip van Rederij Koppe die zijn schepen achter het Centraal Station had liggen en kantoor hield in het inmiddels verdwenen Storkhuisje.

Op dat feestje kwamen ze de loopplank over als Henk Jansen van Galen en Annie Palmen, maar al tijdens het schutten in de Oranjesluizen hadden ze zich verkleed als Lubbert en Drika, dit wel zeggen als namaakboer en namaak vissersvrouw in verzonnen klederdracht. Ik zei dat ik een groot fan was en altijd naar de Boertjes van Buuten keek, maar ik geloof dat ze mij niet erg geloofden.

Ik geloof dat ze zelfs dachten dat ze in de maling werden genomen, maar ik meende het. Maar als er een nieuwe eigenaar ten ­tonele verschijnt, heb je daar niets aan. Meedogenloos gaat de sloopkogel erin, weg schitterende glasgevel, weg uitbouwen en ornamenten, weg meesterwerk van Jan Kuijt de architect die ook de uitzinnige kerk van Halfweg op zijn naam heeft staan.

Niemand heeft zijn stem laten horen in een poging dit kwaad te voorkomen en nu is het te laat. Een eindje verderop op het ­Rokin is ook iets vreemds aan de hand. Kunstenaarssociëteit Arti et Amicitiae heeft zijn deuren opengegooid en laat middels grote schoolborden weten dat je er terecht kunt voor diner.

Zitten ze plotseling in een club waar iedereen lid van is. Is het dan nog wel een club, kan je je afvragen. Als ik langs Arti kom, kijk ik naar het stuk kademuur aan de andere kant van de straat, recht tegenover het kantoortje van rederij Kooij. Uit de nevelen van het verleden doemt een meisje op, een jonge vrouw met donker haar en donkere ogen die haar voeten boven het water bungelen laat, terwijl ze een Dunhill blauw met filter rookt. Ik gids een laatste rondvaart door nacht en gracht en als we afgemeerd zijn en ik de fooi gedeeld heb met de kapitein en over het water naar de kade kijk, zwaait ze naar me met haar sigaret die ­oplicht in het duister.

Vlak voor Huis Te Vraag aan de Rijnsburgstraat staat een bord dat een wandelpad belooft. Eenmaal op het pad zie je een ander bord dat zegt: Het pad, dat drie tegels smal is, gaat achter Te Vraag langs en langs de woonboten aan de Schinkel, waarvan de meeste zich als villa hebben vermomd, met riante terrassen voor de deur of op het dak. De ­inhoud was helaas teleurstellend. Vlak voorbij Poldergemaal Jaagpad 25 A kwam ik een man achterop die een gereedschapskist op zijn schouder droeg.

Om me te ­laten passeren, ging hij in de berm staan. Dat schip waar ik werk was bijna gezonken. Ik ben nu al drie maanden bezig. Eenmaal bij de sluis was het lawaai zo oorverdovend dat ik vreesde voor de geestelijk welvaren van de bewoners van de boten hier.

Ik zou binnen een dag rijp zijn voor opname. Vanuit de Vijzelstraat ga ik de Herengracht op om even langs het huis van de burgemeester te ­komen.

Als de rondvaartboot langs het huis van de burgemeester voer, zeiden wij: Nu valt er niet veel te lachen als je het huis van de burgemeester passeert, alleen maar te hopen, en hem sterkte en het beste te wensen.

De brug over de Reguliersgracht die ik in zicht krijg, is een van de steilere klimmetjes van onze stad. Tot mijn schrik zie ik dat de brug vol staat met scholieren die poseren voor een groepsfoto. Ik weet hoeveel moeite het mij gaat kosten om boven te komen en welke commentaren dat gaat opleveren. Op de top wuif ik en ze zwaaien terug, allemaal. In de afdaling naar de Amstel passeer ik zesenwtintig in identieke T-shirts gestoken bouwvakkers die naast elkaar hun boterhammen met theeworst zitten te ­besmeren.

Of was het pindakaas? Het schouwspel heeft me hongerig gemaakt. Er staan vijf bankjes, alle vijf zijn ze bezet. Bij Quick, de lijstenmaker op de Ceintuurbaan waar ik een piepklein dingetje bracht om ingelijst te worden, vroeg ik aan Job die onlangs vader is geworden hoe het met de kleine stond, of hij de tafel van acht al kon opzeggen en naar welke middelbare school hij ging en meer van dat soort grootvader flauwiteiten.

Dat niet nee, maar de baby was inmiddels anderhalf dus kon al wel van alles. Job grinnikte, en zei toen dat hij met een Griekse ­getrouwd was. Gerustgesteld ging ik de deur uit, richting Concertgebouw en vandaar door de Van Breestraat naar de Valeriusstraat.

De Valeriuskliniek is definitief verdwenen. Het enige wat nog aan het gebouwencomplex herinnert, is een kale zandvlakte met een hek er omheen. Maar in de straten van Zuid bloeien de rozen, rood en wit, geel en rose, theerozen, tuinrozen, klimrozen tot aan de daklijst of tot in de kruin van een uitgebloeide meidoorn.

Toen ik wilde betalen, bleek de boel op slot te zitten, maar een bordje zei: Dat kwam pas toen ik uit een bak een ­Amsterdamsch stratenboekje kocht. Het is uit , toen het 20 cent kostte. In de eerste plaats zijn er de straten die er nog niet waren. Ik was er nog niet in , maar de Esmoreitstraat waar ik geboren ben ook niet. De hele Bos en Lommer moest nog gebouwd worden.

De Rivierenlaan was er ook nog niet, maar de Rijnstraat weer wel, net als de Vechtstraat. Ook interessant zijn de verdwenen straten, die zich met name in de Jodenbuurt bevonden.

De bewoners werden vermoord, hun huizen gesloopt en de straten van de plattegrond verwijderd, Joden Houttuinen, Zwanenburgerstraat, Lange Houtstraat, Moddermolensteeg, Lazarussteeg, Vlooienburg, alles verdwenen. Net als de gangen. De eerste straat in het Amsterdamsch stratenboekje is de Aalsmeerdergang, bij de Lindengracht.

Daarna spotte ik de Arke Noachsgang, de Baafjesgang en toen maar liefst zes Bakkersgangen. De hele stad bleek vergeven van de gangen, Hoedenmakers, Klokken, Koehouders, Kuipers, Rozenmarijn, Rozennobel, Schelvis, Schoenmakers, Schuitenvoerders, Slachters, Sleepers, gangen, gangen, het houdt niet op.

De doodlopende steeg die ik aan het begin van dit Gelukje betrad, bevindt zich in de Hazenstraat, zo tussen Kunstverein en Galerie Stigter Van Doesburg. Hij is anderhalve meter breed. De gang heeft geen naam, maar was vroeger, denk ik, een van de acht Gruttersgangen die de stad rijk was.

Voor de draaideur van de Albert Heijn stond een man met vier bananendozen aan zijn voeten. De bananendozen waren op ­elkaar gestapeld en reikten tot iets boven zijn knieën. De man keek een tijdje naar de dozen en liet zich toen door de knieën zakken in een poging de vier dozen in een keer op te tillen.

Toen dat niet lukte, splitste hij de stapel in tweeën en probeerde twee dozen onder ­iedere arm te nemen. Toen dat ook niet lukte, zette hij de vier ­dozen naast elkaar en probeerde ze zo op te tillen, wat niet lukte. Tenslotte stapelde hij ze weer op elkaar, tilde ze op en liep weg. Mij enigszins verbijsterd achter ­latend.

Na een jaar in de diepvries werd de haring toch minder, maar ik had gelijk, het was niet meer zo als vroeger, toen haring aan het eind van het seizoen bruine vlekken kreeg en wel erg tranig smaakte.

Vandaag is de nieuwe haring er weer en zijn alle haringkarren in de stad voor een dag een klein ­cafeetje. Ik heb een vriend in Smilde. Als we elkaar spreken, spreken we elkaar in Amsterdam en dan zegt hij dingen als: Dat ik herken omdat ik een vorig leven een paar maanden in Zuid-Laren heb gewoond, vlakbij de Brink, boven de elektrawinkel van De Boer.

Of woorden van gelijke strekking. Het was winter en de kraan van de wastafel op mijn kamer was permanent bevroren, een interessante ervaring. Als ik van station Assen naar Zuid-Laren fietste en dat deed ik af en toe, kwam je langs de hunebedden, grote stenen die op stapeltjes in de hei ­lagen.

Onze Man uit Smilde en ik spreken af bij Luxembourg of Kapitein Zeppos, waar we bij een broodje gezond ingewikkelde dingen bespreken. Deze keer zaten we in het café van het Stadsarchief.

Aan het eind van onze bespreking gekomen, stelde ik voor de tram naar het Centraal te nemen. Maar daar voelde Onze Man uit Smilde niets voor. Hij ging lekker op zijn gemak door de Kalverstraat, een beetje snuffelen.

Ik was paf, zoals Hanny Michaelis het in haar dagboek noemt. Iemand die voor zijn plezier door de Kalverstraat ging lopen. Het kon niet waar zijn. Ik besloot toch eens in Smilde te gaan kijken. Huis Te Vraag aan de Rijnsburgstraat is een van de wonderen van de stad. De aula stond op instorten en de graven en de paden tussen de graven waren overwoekerd door onkruid. Maar mooi was het er. Ik herinner me dat in het conciërgehuisje bij de ingang nog ­oude kranten op tafel lagen, alsof de Cerberus die de toegang bewaakte nog maar net was vertrokken, terwijl de begraafplaats al sinds is gesloten.

De laatste keer dat ik Te Vraag aandeed, was in het begin van de jaren negentig, in het vroege voorjaar. De aula werd bewoond, de ­paden waren weer toegankelijk en de grafstenen zichtbaar. Er stonden bijenkorven in de perken, overal bloeiden sneeuwklokjes en de knoppen van de kastanjestruiken liepen roodbruin en kleverig uit.

Bijna dertig jaar later steek ik het bruggetje dat naar de toegang leidt weer over. In het congiërcehuisje staat een hoog tafeltje met de daarop een vaas met bloemen. Op de trappen voor de aula staan rijen geraniums met een enkele blauwe lobelia ertussen. Bij de tuinvrouw die net op haar fiets stapt, informeer ik of ze de geraniums heeft overgehouden, maar nee, dat blijkt niet het geval.

Tegenwoordig zijn ze allemaal opgekweekt. Er bloeien margrieten, egelantieren, boterbloemen, de buxushagen zijn geschoren. Een tikje keurig allemaal, maar het blijft een wonder, Huis Te Vraag. Mijn grootvader die dat ook deed, kocht er altijd zes, spatjes, zodat hij altijd dronken thuis kwam. Vaak bracht hij ook een hondje mee uit het café. Ik nam er altijd een. Bij de Schouw, bij Westers of de Muizenval. Ze hadden ook een drietafeltjesterras, vier tafeltjes mocht niet van een wethouder die later Tolpoort bleek te heten en die alle bruggen van de stad haringkar- en bloemenstalvrij wilde maken.

Vanaf het drietafeltjesterras keek je de Bilderdijkstraat uit en zag je het water van de Jacob van Lennepkade onder de brug verdwijnen, de brug die nu één groot­ ­terras is. Ik stond in de Gerard Terborgstraat mijn fiets van het slot te halen toen ik werd aangesproken door de mannelijke helft van een echtpaar.

Met de 12 bent u er zo. Ze droegen allebei wandelschoenen zag ik. Ik had even een tekeningetje voor ze moeten maken, dacht ik nadat ze hun weg hadden vervolgd. Wegvragers zijn inderdaad zeldzaam geworden, maar ze zijn er nog, echtparen op wandelschoenen, Japanse meisjes die met de tram naar de Heineken Experience willen, Oost-Europese mannen op de Dam die de Wallen niet kunnen vinden. Misschien moeten we ons eerder afvragen wie de weg nog weet. Ik moest eens in de George Gershwin­laan zijn, in Buitenveldert.

Ik wist ongeveer waar die was, bij de De Boelenlaan, en ik wist dat ik vlakbij was, maar ik kon hem niet vinden, en wie ik het ook vroeg, geen mens wist waar hij was. Toen ik het gebouw waar ik moest zijn eindelijk gevonden had, had ik geen idee hoe ik er binnen moest komen. Een deur is open of een deur is dicht. Het is de ­titel van een stuk van ­Alfred de Musset, en een uitspraak waarover ik nog lang niet ben uitgedacht. Altijd komt ie weer langs en altijd is ie in al zijn helderheid even mysterieus.

En nu las ik dat er huizen bestaan zonder deur, zonder voordeur wel te verstaan, over de situatie binnen werd, meen ik, geen uitsluitsel gegeven.

Geen deur, dat is nog eens iets anders dan een touwtje door de brievenbus. Of een deur die altijd aan staat. Of niet op slot zit. Ik weet er een in een huis in Zuid Frankrijk, waar ik graag kom, onder meer door die deur­loze wc, want het heeft wel wat om op een wc niet tegen een deur te hoeven aankijken. In The Sopranos zit Johnny Sack op een deurloze wc te kakken en een sigaret te roken, terwijl hij in gesprek is met Tony Soprano en zijn adjudanten.

Niemand lijkt er van op te kijken. Mijn geliefde vertelt graag dat toen ze voor de eerste keer bij mijn ouders thuis kwam, mijn moeder met open deur op de wc zat. Dat is bijna een halve eeuw geleden en een open deur is nog wel even iets anders dan geen deur, maar ze is het niet vergeten.

In het huis waar ik ben geboren, zaten twaalf deuren, heb ik uitgerekend, kastdeuren meegerekend. Die deuren zaten allemaal dicht, op de deur naar de huiskamer en de deur naar de keuken na. In het begin van de jaren vijftig heeft mijn vader al die deuren een voor een in een andere pastelkleur geschilderd.

Toen wij kwamen wonen, waar we wonen, was de route van de 24 net verlegd. Bij het Roelof Hartplein ging hij niet langer rechtsaf richting Ceintuurbaan, maar linksaf richting Gabriël Metsustraat. Dat duurde tot de 24 plotseling verdween. Maar zie, na een jaartje of twintig tijdelijke werkzaamheden ging de Ferdinand Bol weer open en keerde de 24 terug op zijn oude route. Bij mijn eerste ritje voelde ik me toerist in eigen stad.

Wat een opwinding, rechtsaf de Roelof Hartstaat in, geweldig, linksaf naar de Ferdinand Bol, nog mooier! Pas bij de Albert Kwiep kwam het hart tot rust.

Ik wou naar het Stadsarchief, maar de halte bleek opgeheven, en dus stond ik ineens op de Munt. Ik liep terug door de Carlton-galerij toen mijn aandacht werd getrokken door een A4-tje met de foto van een poes: King hem terug wilde hebben, maakte me blij.

Een tijdje terug at ik een stukje bij een restaurant waar een poes rondliep die ons werd voorgesteld als Máxima, de koningin van het restaurant. Maar toen Máxima even later door een enorme hond gegrepen werd en we de dierenambulance moesten laten komen die een bijdrage in de kosten vroeg, kende het restaurant zijn koningin niet meer. Gelukkig kon de zwaargehavende poes na een inzameling worden opgelapt en vond zij als Bikkel een nieuw baasje, ver van dat akelige restaurant.

King ga ik binnenkort eens eten. Ik ging het IJsbaanpad af en was het sluisje in de Schinkel overgestoken toen ik ter hoogte van de Pilotenstraat de roep van de koekoek hoorde. In de verte, want de koekoek roept ­altijd in de verte.

De stad zit vol vossen, bevers, bunzings, ooievaars, allemaal dieren die je vroeger nooit zag, maar de mussen zijn er van tussen en de koekoek zwijgt als het graf. Vandaag is alles anders zou ik bijna zeggen. Als kind zat ik vaak op een zeilboot. Die boot lag tussen twee steigers die je bereikte door een lang pad af te lopen dat tussen allerlei houten loodsen door meanderde.

Op de zeilboot tussen zijn twee steigers was het altijd doodstil. En plotseling kwam dan over het water de roep van de koekoek. Enkele jaren geleden begon het me plotseling op te vallen dat ik steeds meer jonge Aziatische vrouwen van kleur over melkwitte kinderen zag moederen.

Ze duwden ze voort in karretjes, speelden met ze in het park en fietsten met ze in de bakfiets. Ik vond het opmerkelijk dat deze vrouwen zulke witte kinderen hadden. Ik heb nogal wat witte vrouwen gekend die kinderen hadden met Chinese mannen en die kinderen hadden allemaal iets Chinees meegekregen.

Maar misschien was het omgekeerd wel omgekeerd, bedacht ik. Totdat iemand me vertelde dat de vrouwen niet de moeders ­waren van de kinderen, maar hun oppassen. Ik heb, denk ik, een beetje de neiging raadsels te creëren, ook waar ze niet zijn. Karel van het Reve heeft eens een stuk geschreven, waarin hij ­iemand opvoert die op Sicilië binnen tien minuten drie keer ­iemand tegenkomt die maar een been heeft en daaruit afleidt dat er in Syracuse bovengemiddeld veel mensen met een been rondlopen.

Ik ben die iemand, iemand bovendien die ook nog eens aan het piekeren slaat over de vraag hoe het komt dat er zo veel eenbeners zijn in Syracuse. Ik fietste langs de nieuwe kunstroute op de Apollolaan die net als de vorige uit de koker komt van Rudi Fuchs, een met een hoger ­niveau dus en een prijskaartje, toen ik drie keer achter elkaar werd ingehaald door jongens die een andere jongen op hun bagagedrager hadden staan.

Wat is dit, dacht ik. Een trend, een nieuwe rage, een club? Ondertussen keek ik naar de beelden op de route en voelde heimwee naar de Tinguely, de gouden schildpad en het vliegtuigje van Joost Conijn uit de tijd dat de beeldenroute het nog zonder hoger niveau en prijskaartje stellen moest.

Stilte is een zegen. Waar wij wonen is het stil. Wel hoor je af en toe geluiden. Geluiden die ik niet kan thuis brengen, vind ik het leukst.

Boven ons wordt iets over de grond geschoven, tenminste zo klinkt het, maar wat? Het zal toch niet. Niemand schuift toch een paar keer per week een bank over de vloer? Dat doe ik door de filter met een klap tegen de rand van de prullenbak te slaan. Ik heb het haar nog nooit gevraagd. Het duurde lang voordat de koffiepot door pruttelen aangaf dat de koffie klaar was, zo lang dat mijn geliefde vroeg of ik misschien vergeten was water in het reservoir te doen.

Waarop ik haar eraan herinnerde dat ze een keer chili con carne zonder carne had gemaakt, wat uitstekend smaakte overigens. Op gehaktdag maakte mijn moeder macaroni met ham en kaas, een uitheems gerecht in die ­dagen. Op een keer liet de kaas zich maar moeilijk kauwen. Wat kwam, zoals we na een tijdje ontdekten, doordat mijn moeder de papiertjes tussen de plakjes kaas had meegekookt.

Als je Gerard Kornelis van het Reve opbelde, vertelde R. Van het Reve had net zijn Brief uit Edinburgh gepubliceerd en veranderde in razende vaart van de ambachtsman die probeert het Engels onder de knie te krijgen of de wetten van het toneel te doorgronden in de geestige provocateur die hij altijd al was, maar die hij tot dan buiten zijn werk had gehouden.

Maar er is nooit opgeroepen tot een boycot van Reve die in zijn voor- en achternaam veranderde , schreef Wouter van Oorschot ­onlangs in verband met de damesoproep tot boycot van een stijlloze website. Een ketting kan lang zijn. Omdat we het over vroeger hadden, vertelde Hans een mop die hij van Genna Sosonko had gehoord. De mop ging zo: Het stoplicht bij het Concertgebouw stond op groen, dus ik­ ­begon aan de oversteek, maar bus bleek aan dat stoplicht geen boodschap te hebben en sloeg ­resoluut rechtsaf de Lairessestraat in.

Op mijn rijwiel maakte ik een snelle schatting waaruit ik ­afleidde dat ik onder de achterwielen van de bus geplet zou worden. Om dit te voorkomen, kneep ik in mijn remmen, waarna ik over mijn stuur heenvloog en als door een wonder een redelijk zachte landing maakte tegen twee dames die zojuist het Concertgebouw hadden verlaten. Toen ik thuis de gehavende ­Lucebert-catalogus opensloeg, was het eerste wat ik zag zijn tekening Gevallen fietser uit Van huis fietste ik op een andere fiets naar een afspraak die me vertelde over een vriend, een oude man met wie het niet goed ging en die niet goed meer wist wie hij was.

In een moment van helderheid had de oude man hem gevraagd, wat hij in zijn leven eigenlijk gedaan had. En van goede wijn. Op weg naar ramsjwinkel Steven Sterk kwam ik langs Shoebaloo in de Leidsestraat, de schoenenwinkel waar in de ­jaren zestig mijn toenmalige vriendin haar schoenen kocht.

De winkel heette toen nog geen Shoebaloo, ze zagen je aankomen, maar De Lange meen ik. Net wat ik zei. Die zoals altijd, zoals ik wist, een maat te klein ­waren. Bij haar dood liet ze kasten vol te klein gekochte schoenen achter. Steven Sterk had geadverteerd met Leven met Reve: Sinds haar dagboeken wil ik alles van ­Michaelis. Maar eenmaal ter plaatse bleek Steven Sterk op­geheven en te huur.

Van alle hooggeplaatsten in mijn vriendenkring, voorzitters, dijkgraven, eindredacteuren, is de Groot Moefti wel de hoogstgeplaatste. De Groot Moefti is Groot Moefti van Amsterdam Noord en tevens onder het pseudoniem Jan Donkers schrijver van het standaardwerk over Amsterdam Noord, Zo dicht bij Amsterdam, een boek dat om de paar jaar met een nieuw hoofdstuk uitgebreid, herdrukt wordt.

Ook vermeldenswaardig is dat de Groot Moefti, die jarenlang ­gedreigd heeft het Centraal Station middels een bomgordel tot ontploffing te brengen, sinds een ritje door het fietstunneltje onder het CS geheel om is.

Enkele weken geleden leidde de GM een paar Amerikanen door de stad. Op de pont over het IJ wees hij hen op het Eye gebouw, wat ze prachtig vonden en daarna zei hij: Dat kon niet waar zijn, die dooie huizenblokken, Koolhaas, nee, de Moefti maakte een grapje zeker? Na raadpleging van Google raakten ze in een architectonische depressie die tot in de kleine uurtjes duurde.

Hoe anders was mijn­ ­reactie toen ik een paar jaar geleden ontdekte dat het Frans Otten Stadion dat uitkijkt op onze tennisactiviteiten van Rem Koolhaas is.

Ik had het altijd een tamelijk lelijk gebouw gevonden, een ongeïnspireerde doos met lelijke betonnen uitlopers, maar ineens zag ik de schoonheid van het gebouw, hoe het landschap zich voegde naar de kracht van de architectuur, hoe alles samenvloeide en het geheel oneindig veel meer werd dan de som der delen.

Met een huis vol kinderen keken we tijdens de dodenherdenking naar de twee minuten stilte. Vreemd, dacht ik, kijken naar de stilte. Stilte is toch onzichtbaar, net als de tijd, de wind, de snelheid van het licht. Max Pam schreef dat de twee ­minuten stilte van de dodenherdenking vroeger werden aangekondigd doordat de straatlantarens gingen branden.

Dat was ik vergeten, maar zo was het. Iedereen stond voor het raam of op het balkon op het teken te wachten. En dan werd het stil. Toen al ­keken we naar de stilte. Wat ik niet vergeten ben, was de merelzang die je hoorde. Merels klonken nooit helderder en melodieuzer dan tijdens die twee minuten stilte. Wat ik weer wel vergeten was, is dat je vroeger af en toe nieuwe veters in je schoenen deed.

En dat mensen een stukje gingen eten: Een glaasje drinken, hoor je nog wel. Ik doe dat als eerbetoon aan de in overleden dichter Jan Hanlo die ik de jaren voor zijn dood ­regelmatig heb ontmoet.

Hanlo was een wonderlijke man. Hij hield van motorfietsen, Vincents, kon op rijm middeleeuws spreken en droeg op feestjes vaak een gasmasker. Tijdens de Wereldtentoonstelling bij de moderne boekwinkel Bas in de Leidsestraat, in meen ik, waar de wereld tentoon werd gesteld, hield Hanlo een toespraakje, waarin hij een boekje liet zien dat bij de tentoonstelling was verschenen. Maar hij liet het boekje niet alleen zien, hij zei het ook.

Van het papier waarop zijn toespraak stond geschreven, las hij voor wat hij deed: Twee meisjes stonden er giechelend een selfie te maken. Maar Paul de Leeuw was de man niet, dus waarom maakte hij een selfie? Ineens wist ik het. Tevreden fietste ik door naar de kapper, waar alle stoelen bezet waren. Toen de vrouw die voor mij was aan de beurt was, bleek ik aan de beurt. Zij was hier om haar zoon bij te staan. Ik nam plaats in de stoel van Alies uit Almelo die tijdens het knippen vaak zo gezellig met me praat.

Alies keek me even onderzoekend aan en vervolgde toen haar gesprek met de moeder die haar zoon bijstond. En dat het zo kort geknipt is, komt natuurlijk doordat je de kapster niks gezegd hebt. Maar het staat je goed. Op straat kwam ik Hanneke Groenteman tegen aan wie ik mijn verhaal vertelde. De enkele keer dat ik vroeg de deur uitga, verbaas ik me altijd over de activiteiten die al gaande zijn. De fietspaden zijn vol fietsers, de bakkers in hun ­witte werkkleding pauzeren voor de bakkerij met een beker koffie en een broodje, kappers knippen en de bloemenwinkel die tevens een galerie is met aan zijn wanden bloemstillevens en stadsgezichten, heeft de bloemen buiten gezet.

Of je in een parallel universum terecht bent gekomen. Ik zit in de tram en kijk naar de jonge vrouw aan de andere kant van het gangpad. Ze draagt een uniform met daaronder schoenen die zo glimmend zijn gepoetst als alleen uniformdragers schoenen poetsen kunnen.

Ze ziet eruit ­zoals ik me in de vroege morgen vaak voelde, vroeger. Dit als gevolg van de voorbije nacht, waarin het ene glas het andere uithaalde en het ene café als vanzelfsprekend naar het volgende had ­geleid. Ik hield van de stilte die voorafging aan het moment dat het ­leven in de stad hervat werd. De plotselinge vuilniswagen, een rolluik dat rammelend omhoog ging, de zon die door de wolken brak en de overkapping van het Centraal Station verlichtte.

De jonge vrouw had een vreselijke kater. Hij stond haar goed en ze had nog de hele dag om ermee te leren leven. Toen ik die avond met de laatste tram naar huis reed, zaten er naast mij twee jongetjes die allebei een klein voorwerp in hun hand hielden, een soort rad, dat ze konden laten draaien en dat dan strepen licht liet zien.

Met enige regelmaat begin ik kleine verzamelingen. Zo spaar ik sinds een jaar of twee platgereden en bij voorkeur roestige kroonkurken van bierflesjes. Ik heb ze van Amstel en Heineken, van Jupiler, Texels, Grolsch, Argus en van merken die ik door de roest niet kan ontcijferen. Het aardige van de verzameling is dat hij de blik omlaag dwingt, waar zoals je al snel merkt veel te zien is. De schoonheid van putdeksels is vaak bezongen, maar het is toch anders als je ze in hun natuurlijke omgeving bekijkt in plaats van op een foto.

Je vindt spijkers en schroeven en af en toe een platgewalste kroonkurk voor de verzameling, heerlijk ogenblik. Naast kroonkurken verzamel ik naamloze pleintjes. Wat niet eenvoudig is, want wat precies is een pleintje en wanneer is het naamloos? De straat die je van de J. Coenenstraat naar de Harmoniehof voert, brengt je bij een piepklein en driehoekig parkje, waar het voor jeugdige geliefden goed toeven is.

Vanaf het bankje dat zij vrijwel permanent bezet houden, kijk je op een alleraardigst pleintje. Straat, parkje en pleintje heten Harmoniehof wat volgens mij een beetje veel van het goede is, maar of het pleintje in mijn verzameling hoort, ik ben er nog niet uit.

De foto van de haringkar op het Haarlemmerplein die in de haringkar hangt, is een mooi, maar niet helemaal juist voorbeeld. De foto van de Gerard Doustraat gezien vanaf de hoek van de Ruysdaelkade , waar rock- en bluesgitarenwinkel de Plug zetelt, is niet mooier maar wel een beter voorbeeld.

Hij hangt op 8b in de etalage. Ze zijn terug, ze zijn terug. Ze scheren weer over de daken en jagen weer hoog door de straten, ze snijden door de lucht en schreeuwen, maar het is niet hun naam. Dit is het moment om in een niet al te goed opgeknapte negentiende eeuwse buurt, in Pijp, Kinkerbuurt of Helmerskwartier een beetje slordige straat op te zoeken en daar een goede uitkijkpost te kiezen om vanaf de grond het schouwspel in den hoge in de ­gaten te houden.

Negenduizend kilometer gevlogen om terug te keren op een nest in de Nicolaas Beetsstraat of het Bellamypleintje, een paar dagen bijkomen en dan weer aan de slag. Want er moeten eieren worden ­gelegd en uitgebroed en jongen grootgebracht.

In de negentien uur per dag dat er gevlogen wordt, moeten honderdduizenden insecten gevangen worden. De gierzwaluwen vliegt in groepen, en binnen de groep in paartjes, die elkaar in duettoon beschreeuwen, een heerlijk geluid, dat net zo bij de stad hoort als het bellen van de tram. Gierzwaluwen lijken altijd ver weg. Zelfs als ik op vier hoog op mijn balkonnetje in de Bosboom Toussaintstraat stond, leken de gierzwaluwen ver bij me vandaan.

En als er een vlak langs me vloog, deed hij dat zo snel dat ik hem niet beter zag dan vanuit de verte. Tijdens een dodenherdenking op de Apollolaan zag ik eens een gierzwaluw uit de lucht vallen.

Gierzwaluw op de stoep, vlak voor mijn voeten. Maar toen ik hem wilde pakken, vloog hij op en landde in een boom. De Franse dichter René Char schreef een gedicht over de gierzwaluw dat zo begint: Iedere keer als ik de stad in ga, lijkt het drukker geworden.

Meer en grotere groepen worden rondgeleid door gidsen met steeds langere stokken waaraan grote vlaggen wapperen, steeds meer jongelui stuntelen op gehuurde fietsen over de fietspaden, waarop steeds meer mensen maar een potje raak lopen. Mijn ogen zitten van voren en van ­achteren, bellen helpt niet en je hebt al je stuurmanskunst nodig om zonder schade aan fiets of toerist door de menigte heen te manoeuvreren.

Jelka was knap, brutaal en zat op hockey. Toen we van school waren, heb ik haar nog twee keer gezien. De eerste keer was ze op weg naar ­Jeruzalem waar ze iets ging doceren. De tweede keer was in café het Hooischip aan de Amstel. Ze ­herkende me aan mijn stem. Ik herkende haar omdat ze mij ­herkende. Tijdens de meivakantie hebben we in wisselende samenstellingen steeds een stuk of drie, vier kinderen over de vloer gehad, jongens en meisjes, zo tussen de zes en de twaalf.

Om de een of ­andere reden dacht ik dat kinderen vandaag de dag de hele dag op hun telefoon zaten te kijken en nauwelijks een woord met elkaar wisselden, maar niets bleek minder waar. Ze zaten gewoon urenlang te monopoliën of te hartenjagen en over de spelletjes te hakkentakken, heel herkenbaar allemaal. Af en toe kwam een moeder er een halen of brengen en dan hoorde je nog eens wat, want, dat moet gezegd, over hun privéleven ­waren de kinderen niet erg mededeelzaam.

De moeder van Manuel 11 vertelde over hun verhuizing van de Jordaan naar Nieuwendam en over de eerste keer dat ze haar zoon na de verhuizing van school kwam halen, zijn oude school in de Jordaan. Maar al wie er uit school kwam, geen Manuel, en bellen kon ze hem niet, want hij had geen telefoon.

Dodelijk ongerust was ze tenslotte naar huis gereden. Waar Manuel al op haar zat te wachten. Hij kent zijn stad, Manuel, zelfs de stukken waar hij nooit geweest is. De moeder van Nathan 6 vertelde dat haar zoon plannen had om een brug over de Atlantische Oceaan te bouwen, van Zeeland naar New York. Geen geringe ­ambitie voor een zesjarige. Hij had al becijferd hoelang het rijden was en hoeveel hotels er komen moesten onderweg. Intussen was er een einde gekomen aan een potje ­Monopoly en Rana zei: Om mijn geliefde te verrassen had ik op de Haarlemmerdijk een piepkleine gouache ­gekocht van Jaap Hillenius, de schilder die in , op de Willemsparkweg meen ik me te herinneren, tragisch aan zijn eind kwam toen hij werd overreden door een tram.

De gouache toont blije vlekken die half doorzichtig over elkaar heen schuiven en zo de lente zichtbaar maken. Terwijl mijn aankoopje werd ­ingepakt, raakte ik aan de praat met een schilderes die mooie kippenschilderijtjes maakt. Er was ook een boek van, zei ze, en dat boek liet ze me zien. Toen ik het doorbladerde, werd mijn aandacht ­getrokken door een schilderij van een onderzeeër.

Als miljonair had hij toen het goede voorbeeld kunnen geven door een eerste ton beschikbaar te stellen, maar ja, hoe word je miljonair? Door zuinig te zijn. En zuinig was hij, de columnist, zo zuinig dat Heineken hem een keer had opgevoerd in een advertentie, waarin gesteld werd dat hun bier nu zo lekker was, dat zelfs de ­columnist in kwestie wel een rondje geven zou, maar… Op dat moment viel de schilderes me in de reden en zei dat Maarten van Rossem niet de onderzeeër, maar haar schilderijtje had gekocht.

Jammer voor de onderzeeër, leuk voor het schilderij. Om de een of andere reden bleek ze die lach nog niet te hebben. Enige tijd geleden stond de postbode op de stoep met een doos die negentien deeltjes Bulletje en Bonestaak bleek te bevatten.

Ik ben altijd gek op Bulletje en Bonestaak geweest. Ik houd van de droge precisie van de tekst van A. Wat mij ook bevalt, is dat avonturen nog niet afgelopen zijn als ze afgebroken worden en ieder nieuw avontuur dus op een volstrekt willekeurige plaats lijkt te beginnen.

Het mooiste avontuur vond ik in boekje negen, waarin Bulletje en Bonestaak op een onbewoond ­eiland zijn beland en kennis hebben aan de menseneter Dinsdag, die niet alleen op verbazingwekkende wijze lijkt op Oude Hein maar net als Oude Hein verbazingwekkende verhalen kan vertellen. Ik herinnerde me het avontuur vrijwel plaatje voor plaatje. Wat ik me afvraag: Als je naar een tennistoernooi gaat, weet je wie je gaat tegenkomen, maar toch blijft het vreemd als je op de Valentijnkade, waar je nooit eerder bent geweest, ineens allemaal bekenden ziet.

Hé, daar komt Maarten Moll aan gefietst, en daar zal je Henk Spaan hebben, terwijl Janneke van der Horst ­binnen blijkt te zitten.

Is het een Parool-toernooi misschien? Nee, het is een toernooi van Propria Cures, u weet wel, het studentenblad sinds In de tijd dat ik redacteur van Propria Cures was, werd er niet aan tennistoernooien gedaan. Als de redactievergadering in het fietsenhok van Drukkerij Van Campen erop zat, liepen wij rechtstreeks naar het koffiehuis naast het stadhuis en gingen aan het bier, om een uurtje later in de speelhal op de hoek van de Oudezijds en de Damstraat te belanden.

Onze favoriet daar was de Gator, een flipperkast waarop heroïsche duels zijn uitgevochten. Mensje van Keulen stond haar mannetje, Tim Krabbé was denk ik de beste, Koen Koch de stilist en Peter Hagtingius zou later nog wereldkampioen worden. En nu tennissen we dus en Maarten Moll werd kampioen. Op de terugweg belandden mijn geliefde en ik in Café Koosje waar we ons ouderwets bezondigden aan bier en wijn en bitterballen. Een tijdje later, op de tramhalte, stapten we tegelijk in met een dame die een peddel bij zich had.